Featured

De weg naar een fascinerende hobby.

Ik geef het toe. Ik ben verslaafd aan vogels. En daar ben ik heel blij mee. Want vogels kijken is voor mij een uit de hand gelopen hobby die mij uren en uren kan bezig houden.

Wat ooit begon met een vogelgids die ik kreeg van mijn ouders is uitgegroeid tot een boeiende, fascinerende en vooral super-plezante bezigheid. Bijna al mijn vrije tijd spendeer ik met het zoeken, kijken, determineren, noteren, oplijsten, onderzoeken,… van vogels.

En mijn doel is om zoveel mogelijk mensen te laten kennismaken met die hobby. Zodat ze ook de fun leren kennen van alle aspecten van birdwatching. En er zijn opties in overvloed. Honderden kilometers rijden om die speciale dwaalgast te gaan bekijken (die dan soms al vertrokken is naar andere oorden), uren in een ongemakkelijk houding in een te klein schuiltentje zitten om die ene soort op foto te zetten, akelig vroeg uit je bed kruipen om de zang te horen van de eerste soorten die van hun verre overwinteringsgebieden terugkeren, ’s nachts omringd door duizenden steekbeestjes een glimp opvangen van een nachtactieve jager. Dat moet toch bij iedereen als muziek (of in dit geval vogelzang) in de oren klinken.

Ga je mee de uitdaging aan ? Durf je de sprong wagen ? Dan zal ik jullie overladen met informatie, tips, leuke weetjes en alles wat nodig is om de eerste stappen te zetten. Stappen die je bij elk bericht dat je leest dichter brengen bij je transformatie naar wat ik al jaren ben. Een echte birdaholic.

Join the ride…

Advertenties

Kleine of bontbek ?

Gisteren kreeg ik van een collega vogelkijker een foto van een groepje plevieren met de melding dat “ze wel heel actief waren”. Het bleken bontbekplevieren te gaan en niet de plaatselijke kleine plevieren die er al maanden rondtrippelen. Een begrijpelijke vergissing.

Hoe hou je deze “tweeling” uit elkaar ? In zomerkleed valt het nog wel mee. De kleine heeft in elk kleed een gele oogring. En in adult kleed bleke pootjes. En tussen de zwarte koptekening en de buine kruin is er altijd wit. En in vlucht is er op de bovenvleugel enkel een smalle vleugelstreep te zien.

De bontbekplevier heeft een veel bredere vleugelstreep in de vlucht. En natuurlijk een bonte snavel. Deze is fel oranje met een zwarte tip. En de pootjes zijn feller oranje dan bij de kleine.

In winterkleed wordt het een ander paar mouwen. Maar de oogring is er nog bij de kleine. En de pootkleur helpt ook. Die blijft gelukkig bewaard ook in winterkleed. En als je ze goed kan bekijken dan zie je dat een de koptekening op de wang bij een kleine uitloopt op een puntje en bij de bontbek afgerond is.

In juveniel kleed wordt het nog wat plezanter. Dan lijken ze wel heel sterk op elkaar. De pootkleur laat ons dan in de steek. De oogring is er wel bij de kleine, maar dan heel wat minder duidelijk te zien. En het beste kenmerk is de wenkbrauwstreep. Bij kleine is deze geelbruin en bij de bontbek wit.

En de kleine is natuurlijk iets kleiner dan de bontbek. Maar dan heb je ze wel allebei nodig.

Charadrius_dubius_curonicus_s2

Kleine plevier in zomerkleed.

Charadrius_hiaticula_He1

Bontbekplevier in zomerkleed.

 

MAS, maar geen cultuur deze keer.

Motacilla cinerea

Na een lange tijd van inactiviteit zijn we er weer. Inactiviteit is wel de verkeerde woordkeuze want het is beredruk geweest. En daarom heb ik deze blog een beetje links laten liggen. Mijn excuses aan de vaste volgers hiervoor.

Ik ben dit jaar gestart als medewerker aan het MAS-project. Een voor Vlaanderen vrij nieuw project waar via punttellingen akkervogels worden geregistreed tijdens het broedseizoen. Voluit, Meetnet Agrarische Soorten. Waarom neem ik dit ook nog even mee op mijn al overvolle hooivork ? Omdat het voor onze regio gewoonweg superbelangrijk is om deze categorie van vogels nauwgezet op te volgen. Deze tellingen kaderen in een ruimer project Grauwe Kiekendief. Een iconische maar momenteel ontbrekende soort in onze akkergebieden. Maar via een wel heel ambitieus project zullen vogelakkers worden aangelegd in kerngebieden om zo opnieuw grauwe kieken aan te trekken. En als dit lukt zou dat super zijn. Maar alle andere akkersoorten zullen ook mee-zeilen op deze maatregelen. En dat is nodig. Want met deze groep gaat het in rollercoaster-tempo achteruit. Mijn regio ligt trouwens in één van deze kerngebieden.

Ondertussen heb ik al twee tellingen achter de rug in een gebied met zo goed als geen vogelakkers. Jammer, maar wel een ideaal startpunt. Ze noemen dat de nul-telling. Zodra er maatregelen worden genomen zal dan ook duidelijk worden of deze effect hebben. Voor mij als teller is dat een motivatie om te blijven tellen. Want wees gerust, echt happy word je hier niet van. Het aantal soorten is beperkt en op sommige telpunten is het echt zoeken naar een vogeltje. Zo merk ik dat het aantal gele kwikstaarten, toch niet dadelijk een zeldzame soort, volledig in elkaar is gestuikt. Waar ik vroeger tientallen koppels tegenkwam ben ik nu blij met één koppeltje op een telpunt.

Vogels tellen is belangrijk. Welk project dat ook mag zijn. Het levert belangrijke info die kan gebruikt worden in grotere projecten of om centen vast te krijgen bij overheid of andere instanties om soorten te beschermen. Dus ga eens een kijkje nemen op de website van SOVON of Natuurpunt welke projecten er allemaal bestaan. En misschien wordt ook jij wel één van de tellers. Oh ja, nog iets… het is dan ook nog eens heel plezant.

 

Digitaal is super.

De digitale wereld staat nooit stil. Integendeel, hij gaat steeds sneller en sneller of we dit nu willen of niet. En dit zorgt voor heel wat leuke toepassingen en mogelijkheden. Zelf kom ik nog uit het tijdperk van een bieper die een code gaf als er ergens een leuke soort werd gezien om dan met een telefoon met een draad aan (jawel, dat heeft ooit bestaan) naar een maat te bellen om te weten waar het beestje juist zat. Momenteel is alles een stuk makkelijker geworden.

Waarnemingen.

Zo is er de super-populaire website waarnemingen.be of waarneming.nl. Deze stek is zoveel meer dan een registratieplek voor ieders waarnemingen. Je kan er een massa info vinden. En als vogelaar is dat geweldig.

Natuurlijk is het hoofddoel van deze website dat iedereen die zich inlogt zijn of haar waarnemingen kan ingeven. En dit zo gedetailleerd als je dat zelf wil. Mijn advies is, hoe meer details, hoe meer waarde jouw waarneming heeft. Ik overloop even het invoerscherm.

Schermafbeelding 2018-01-26 om 16.55.11

Naast de datum (staat automatisch op vandaag) en het uur vul je de naam van het gebied in waar je de vogel zag. Ken je het gebied niet ? Tik dan de gemeente in en je krijgt een lijstje van gebieden in die gemeente. Daarna zoomt het kaartje in en kan je met een pointer de exacte locatie aanduiden. Wil je niet dat anderen dit zien dan kan je onderaan het formulier naast “verborgen tot” een datum invullen. Dan blijft de waarneming onzichtbaar tot die datum. Bijvoorbeeld met kwetsbare broedgevallen. Of je klikt het vakje hokvervaging aan. Dan wordt de waarneming vervaagt en kan niemand zien waar je deze soort hebt gezien. Bij sommige soorten staat dit vanzelf op vervaagd.

Dan vul je de soort in. Ook hier krijg je nadat je een deel van de naam hebt ingegeven een lijstje. Je klikt de juiste soort in de lijst aan. Geef het aantal in en of het een man of een vrouw was (of onbekend). Naast het aantal kan je aanduiden of het het exacte aantal is of een schatting. Daarna de methode dat je de soort zag (kan soms anders zijn dan gewoon waarnemen, bv. enkel gehoord). Stadium is kleed of leeftijd. Gedrag is een heel belangrijk vakje. Zeker om mogelijke broedgevallen te kunnen bepalen. Dus zeker invullen. Bij op/in kan je invullen of er een aanvulling bij gedrag komt. Zo kan een havik aan het foerageren zijn op een houtduif. Biotoop kan je ook verduidelijken. En in het vakje toelichting kan je alles kwijt wat je nog niet kon vertellen.

Waarnemingen.

Maar buiten je eigen waarnemingen kan je natuurlijk ook een schat aan andere waarnemingen uitpluizen. Ik kijk er elke dag op om te zien wat er zoal werd gezien. Leuke soorten, maar ook waarnemingen van anderen in gebieden in mijn buurt.

klapekster-006

Zo kon ik vandaag zien dat in Limburg op drie plekken een klapekster werd gezien. Een leuke overwinteraar die ik ook wel eens wil gaan bekijken. De dichtstbijzijnde locatie was in de Teut te Zonhoven. Als ik de waarneming oproep kan ik zien waar juist de vogel werd gespot. Dus die klapekster kan ik dan alvast inplannen voor de volgende trip. Hopelijk blijft hij op mij wachten.

Schermafbeelding 2018-01-26 om 16.51.22

Zo zit er al een tijdje een dwergaalscholver in Oudergem. Wil je deze soort zelf zien ? Dan weet je perfect waar die is gezien en dat hij er vandaag om 14u38 nog zat volgens Koen Maes. En er staat zelfs een bewijsfoto bij.

Mogelijkheden.

Maar dit is nog niet alles. Want als ik alle mogelijkheden van deze website zou moeten uitleggen dan wordt mijn blog een beetje te lang. Ik haal er enkelen uit.

Onder de knop soorten kan je een kaart opladen waar per UTMhok de biodiversiteit wordt berekend. Zo kan je in een oogopslag ontdekken waar de laatste 5 jaar de meeste vogels werden gezien. Misschien de moeite om daar eens op in te zoomen en dan een uitstapje naar één van de gebieden daar te plannen.

Ook kan je één soort die je graag zou zien of meer over wil weten oproepen en dan in detail bekijken. Zeker eens doen, de mogelijkheden zijn enorm.

Onder overzichten kan je alle gebieden die in het systeem zitten oproepen. Zo kan je even kijken waar dat gebied juist ligt en welke soorten er nu of vroeger al gezien werden. Hier ook een enorme database met foto’s. Want heel wat waarnemers zetten maar al te graag hun foto’s op deze website. Hier zit ik ’s avonds vaak door te bladeren. Er zitten vaak echte pareltjes tussen. En ook krijg je bij een soort die je opzoekt dadelijk een massa beelden cadeau. Zo werden er vandaag al meer dan 700 foto’s toegevoegd (natuurlijk niet enkel vogeltjes).

Schermafbeelding 2018-01-26 om 16.52.37

Het systeem houdt ook al jouw waarnemingen in detail bij. Enkel door jouzelf te zien (de meeste data dan toch). Zo maakt de website jouw levenslijst. Maar daar kan je dan verder mee spelen door periodes, gebieden, soorten en wat nog meer allemaal te selecteren. Superleuk. Een aanrader is om te werken met transecten. Als je ergens gaat wandelen kan je via ObsMapp alle waarnemingen op een route laten zetten die je op dat moment afwandelt. Hierdoor krijgen die waarnemingen extra waarde omdat de inspanning om die waarnemingen te doen wordt opgeslagen.

Tenslotte vind je een lange lijst van projecten die allemaal meer dan de moeite waard zijn om even te bekijken en misschien zelfs aan deel te nemen.

Kortweg, als er één website is die moet open springen als je je computer aanzet. Dan is het waarnemingen.be of waarneming.nl.

Wittekop of niet ?

Eén van de sympathiekste vogeltjes die ik ken is het staartmeesje. Een nerveus bolletje met een lange staart. Zijn naam heeft hij dus niet gestolen. Ze duiken op dit moment op in groepjes actief rondhippend in de struiken in groepjes van vaak tientallen vogels. Vaak vergezeld van andere mezen of ander klein grut. Groepen die trouwens vaak het bekijken waard zijn, want er kan vanalles tussen meehuppelen.

Noorderling.

En soms zitten er exemplaren tussen met een volledig witte kop. Dit kan een witkopstaartmees zijn of de Noordelijke ondersoort caudatus. Maar opgelet een witkopstaartmees heeft altijd een witte kop. Maar een staartmees met een witte kop is niet altijd een witkopstaartmees.

Een echte caudatus heeft een zuiver witte kop. Met het minste bruin of zwart in de wangen of hals spreken van een “witkoppige staartmees”. Een tussenvorm, mogelijk een hybride, of een afwijkende vogel. Een caudatus is ook op de onderzijde merkelijk witter dan “onze” staartmees. Opvallend is ook de zachte roze schijn op de flanken. Ook het wit op de vleugeldekveren is meestal opvallender en breder.

Dus zeg niet te snel witkopstaartmees tegen eentje met een witte kop. Goed bekijken is de boodschap en met zo een nerveus rondspringend bolletje is dat niet altijd simpel.

Aegithalos_caudatus

Een “witkoppige” staartmees.

Длиннохвостая_синица_(Aegithalos_caudatus)

Een witkopstaartmees, echte caudatus.

TV-birding.

De laatste dagen “genieten” we van miezerig en nat winterweer. En dan is vogels gaan kijken niet altijd aan de orde. Enerzijds is het niet leuk om bij regenweer naar buiten te gaan. En anderzijds zie je ook veel minder vogels. Die zitten ook liever droog.

Alternatief.

Dus die dagen geen vogeltjes om naar te kijken ? Neen hoor, er zijn tal van alternatieven. Het moment bijvoorbeeld om je vogelgids langs een warm kacheltje eens door te nemen. Op die manier leer je ook vogels kennen.

Maar ook heel plezant is om vogels te kijken op je TV. Niet echt iets wat ik wil promoten, maar soms breekt nood wet. Dan denk ik allereerst aan de mooie natuurdocumentaires die je kan bekijken. Maar soms kan je ook in andere programma’s vogels tegen komen. Dat is nog spannender dan die mooie docu’s. Want op elk moment kan er wel ergens een soort opduiken.

31b5523b-4660-4c4e-9b31-96bdd00cec64

Wat dacht je van deze (duidelijk opgezette) roodborstlijster in de Disney-prent Mary Poppins.

TV-lijst.

Zo ben ik ooit gestart met een heuse TV-lijst. Alle soorten die ik op TV tegenkwam werden genoteerd en bijgehouden. Ik heb het niet zo lang volgehouden omdat de real stuff toch nog altijd veel leuker is. Maar misschien willen jullie dit wel eens proberen. Groot voordeel… je kan het beeld stopzetten en de vogel zo lang bekijken als je dat wil. Zo kan je alle kenmerken mooi noteren en hem daarna in je vogelgids opzoeken. Let wel op want soms is je gids van Europa niet voldoende. Je kan zo de hele wereld afreizen zonder in een vervuilend vliegtuig te moeten stappen en zo heel wat vogels ontdekken.

angry_bird_tv

En soms zitten er soorten bij die in geen enkele vogelgids staan.

Werk van barmhartigheid.

In heel wat tuinen worden momenteel vogeltjes van lekkere hapjes voorzien. Deze pop-up restaurantjes zijn leuk maar ook belangrijk voor onze tuinvogels. Want de winter blijft een harde periode om door te komen.

Menu.

Maar wat zetten we op het menu ? De variatie kan enorm zijn van zaadmengeling, vetbollen, pindasnoeren tot potjes met pindakaas en zelfs meelwormen. Zowat alles is mogelijk. Let er enkel op dat je geen gezouten dingen op de voedertafel legt. Want dat is funest. Vetbollen zijn meestal favoriet. Want ze weten dat daar heel veel energie in zit om het warm te krijgen. Een lekker vette vogel is meestal ook een overlevende vogel.

Weet dat je zulke vetbollen makkelijk zelf kan maken. Je vindt er alles over op internet. Zelf koop ik vaak pakken frituurvet. De goedkoopste versie is prima. En die prik ik gewoon op een schroef op mijn voedertafel. Anders gaan de houtduiven er snel mee vandoor. Vooral spreeuwen vinden dit een delicatesse.

Etages.

Zorg ook dat je op een paar plaatsen een pop-upje maakt. De concurrentie is heel groot en met meerdere plaatsen kunnen ook de iets minder baldadige soorten een graantje meepikken. En strooi ook ergens een deel zaad of kapot geklopte vetbollen op de grond uit. Soorten als vinken, heggenmussen, merels vinden dat dan leuker om eens langs te komen. Bij stevig vriesweer is een schaal met water ook een aanrader.

kramsvogel0001-2

Merel en kramsvogel ruzieën over een appeltje.

Genieten.

En voor de rest is het puur genieten. Zorg dat je je voederplaats mooi kan bekijken van achter je raam. En ik ben er zeker van dat je je verrekijker dan wel ergens bij de hand gaat houden. Hou eens bij welke soorten je allemaal te gast krijgt in je pop-up. En als je dan toch aan het tellen en noteren bent. Dan kan je evengoed meedoen met de tuinvogeltellingen. Een aanrader.

Alle info voor België op https://vogelweekend.natuurpunt.be  en voor Nederland op http://www.tuinvogeltelling.nl

Ne ruige of gene ruige.

De meest voorkomende roofvogel in ons land is de Buizerd. Dus als je een grote roofvogel ziet is het meestal deze rakker. Hoog opcirkelend op de thermiek of luid “miauwend” overvliegend. En vaak zittend op een paaltje in een akker- of weidegebied.

Wesp.

Een soort die er vaak op lijkt en heel vaak ook wordt verward met buizerd en omgekeerd is de wespendief. Momenteel zitten die lekker in een Afrikaans zonnetje te soezen. Dus nu kan je ze niet verwarren. Want zowel de buizerd als de wespendief lijken niet alleen in vorm veel op elkaar. Maar beide soorten hebben ook een zeer variabel verenkleed. Van bijna volledig witte vogels tot heel donkere exemplaren. Ze noemen de buizerd dan ook bij onze Waalse vrienden een busse variable.

Wespenbussard_Pernis_apivorus_by_A._Görtler_Edit

Een wespendief is over het algemeen slanker en minder zwaar dan een buizerd. Hij vliegt ook anders, zwevend als een zweefvliegtuig met zijn staart draaiend als roer. De kop noemen ze “duifachtig”, wat duidt op de smalle en spitse vorm. De staart is duidelijk langer dan bij buizerd. Kenmerkend in vlucht is de grote ovale of rechthoekige polsvlek die bij een buizerd een meer halvemaanachtige vorm heeft. En als je het geluk hebt om hem van dichterbij te bekijken dan valt de kleine snavel en het helgele oog op.

Ruigpoot.

Minde makkelijk wordt het met de ruigpootbuizerd. Een wintergast die af en toe opduikt in ons landje. Er zijn buizerds die wel heel hard proberen op hun neefje de ruigpoot te lijken. Dus voor je deze soort in je noteboekje neerpent best twee (of zelfs drie tot vier) keer goed kijken.

buizerd0001-3

Buizerd

Buteo_lagopus_Iona1

Ruigpootbuizerd.

Onze Noordse gast kan je soms herkennen aan zijn gedrag. Want hij heeft een totaal andere manier van jagen als de buizerd. Ruigpoten bidden boven hun jachtgebied. Let op, buizerds doen dit doms ook, maar onhandiger en minder elegant dan de ruigpootbuizerd. Dus dit is zeker geen goede manier om te besluiten dat je er eentje gezien hebt.

Afvinken.

De ruigpoot is iets groter en forser dan de buizerd en heeft langere vleugels. De staart is altijd het bekijken waard. Ze hebben een duidelijk felwitte staartbasis met witte bovenstaartdekveren afgezoomd met een duidelijke zwarte eindband. Onderkant iets minder duidelijk. De kop en borst is meestal roomwit en goed contrasterend met de donkere bruinzwarte buik. Een ruigpoot heeft ook steeds een zwarte buikvlek en heel opvallende polsvlekken (geen komma’s zoals buizerd). De staartband is bij juveniele vogels minder uitgesproken. En bij adulte vogels mooi scherp afgetekend vaak met twee of drie smallere banden erboven, vooral bij mannetjes. En natuurlijk (even toevoegen dankzij een opmerkzame lezer), bij een ruigpootbuizerd is de tarsus beverderd tot aan de basis van de tenen en heeft een buizerd een kale tarsus. Hij heet niet voor niets een ruigpootbuizerd.

Dus de boodschap is als je denkt een ruigpootbuizerd te zien. Alle kenmerken overlopen en afvinken en als dan alles past kan je buizerd uitsluiten. En heb je weer een knalsoort bij op je life-list.