Featured

De weg naar een fascinerende hobby.

Ik geef het toe. Ik ben verslaafd aan vogels. En daar ben ik heel blij mee. Want vogels kijken is voor mij een uit de hand gelopen hobby die mij uren en uren kan bezig houden.

Wat ooit begon met een vogelgids die ik kreeg van mijn ouders is uitgegroeid tot een boeiende, fascinerende en vooral super-plezante bezigheid. Bijna al mijn vrije tijd spendeer ik met het zoeken, kijken, determineren, noteren, oplijsten, onderzoeken,… van vogels.

En mijn doel is om zoveel mogelijk mensen te laten kennismaken met die hobby. Zodat ze ook de fun leren kennen van alle aspecten van birdwatching. En er zijn opties in overvloed. Honderden kilometers rijden om die speciale dwaalgast te gaan bekijken (die dan soms al vertrokken is naar andere oorden), uren in een ongemakkelijk houding in een te klein schuiltentje zitten om die ene soort op foto te zetten, akelig vroeg uit je bed kruipen om de zang te horen van de eerste soorten die van hun verre overwinteringsgebieden terugkeren, ’s nachts omringd door duizenden steekbeestjes een glimp opvangen van een nachtactieve jager. Dat moet toch bij iedereen als muziek (of in dit geval vogelzang) in de oren klinken.

Ga je mee de uitdaging aan ? Durf je de sprong wagen ? Dan zal ik jullie overladen met informatie, tips, leuke weetjes en alles wat nodig is om de eerste stappen te zetten. Stappen die je bij elk bericht dat je leest dichter brengen bij je transformatie naar wat ik al jaren ben. Een echte birdaholic.

Join the ride…

Er zit sleet op.

Vogels hebben veren en veren verslijten. Dat noemen we in vogeltermen sleet. Vooral de delen die veel wrijving ondervinden als de vogels vliegen hebben het hard te verduren. De toppen van de hand- en armpennen, de toppen van de staartveren laten als eerste tekenen van sleet zien. Een stevig gesleten vogel zal op termijn zijn veren verwisselen, dat noemen we dan weer rui. Maar hier gaan we het hebben over de sleet.

Ringers.

Voor ringers is sleet een belangrijk kenmerk om vogels op leeftijd te brengen. Als je het ruipatroon van een soort kent kan je op basis van de sleet bepalen in welk stadium een vogel zit. Zo weten we dat bijvoorbeeld kleine karekieten pas ruien als ze in hun overwinteringsgebied zijn aangekomen. Een vogel die je vangt in september en die heel fel gesleten is, is zonder twijfel een vogel ouder dan 1 jaar. De jonge vogels hebben hun veren van toen ze uit het nest vlogen en kunnen dan ook nog niet zo heel veel sleet hebben.

DSC01535

Links 1ste jaars vogel (weinig sleet), rechts >1 jaar vogel (veel sleet)

Verborgen.

Maar sleet is er gedurende het ganse jaar. En voor sommige soorten komt die sleet mooi van pas. Want onder hun verenkleed zitten soms gekleurde veertjes die door het afslijten  van de toppen van die veren plots te voorschijn komen. Wij denken dat vogels in het broedseizoen kleur bij krijgen. Maar ze verliezen net veertoppen die de kleur die er al lang verborgen zat dan laten verschijnen. Geen energie nodig om extra kleur aan te maken, gewoon profiteren van natuurlijke slijtage.

Broedkleed.

Als je de huismus bekijkt boven deze tekst zie je een gevlekte bef (de zone net onder de snavel) bestaande uit zwarte veertjes met grijze toppen. Deze grijze toppen slijten tegen het broedseizoen af en dan kan meneer huismus dan uitpakken met een prachtig zwarte bef om mevrouw te imponeren.

SONY DSC

Meneer tijdens het broedseizoen.

En zo zijn er voorbeelden genoeg. De kneu houdt zijn prachtig rode borst mooi verborgen in het najaar en de winter. Want dan moet er niet gepocht worden tegenover de dames. Maar tegen de paartijd zijn die veertjes afgesleten en komt zijn mooie karmijnrode borst in vol ornaat te voorschijn. En nog een voorbeeld, de keep. In, de winter al een prachtige verschijning. Maar tijdens het broedseizoen steken de mannetjes nog een tandje bij (of een stukje minder in dit geval).

Fringilla_montifringilla_-Poland_-male-8

Meneer keep in de winter bij ons.

640px-Fringilla_montifringilla_ltdp

En gesleten meneer in zijn broedgebied.

 

ABV

Neen, ik ben niet overleden. Nog springlevend, maar megadruk met mijn ringwerk. Elk jaar beslissen de steenuiltjes, torenvalken en buizerd om net op hetzelfde moment hun jongen op de wereld te zetten. Dus ringen, ringen en nog eens ringen. En hierdoor bleef mijn blog onbeschreven. Vanavond dan toch nog even tijd gevonden om iets te posten.

Algemeen.

Een superbelangrijk project is het tellen en bijhouden van onze “algemene” vogels. De trends van deze soorten geven een goed beeld van de toestand van onze vogelpopulaties. Deze dan ook op gestandaardiseerde wijze tellen is een goede daad die heel wat nuttige info kan leveren. En je leert je soorten op die manier dan ook nog eens goed kennen. Een win-win noemen ze zoiets.

zangvogels0001

Ook grote lijster hoort bij die ABV (Algemene BroedVogels)

Gebiedskartering.

De meest volledige methode is de volledige gebiedskartering.  Met deze methode gan je alle broedvogels in een gebied proberen te traceren en op kaart zetten. Dit doe je door op een gestandaardiseerde wijze alle waarnemingen te noteren tijdens een aantal bezoeken van jouw gebied. Want dit doe je in een vast gebied dat je zelf kan kiezen. Een gebied bij jou in de buurt is de beste keuze. Dan ben je snel op je locatie. Want de bezoeken moeten heel vroeg worden afgelegd. Vroeg opstaan, je soorten kennen en volhouden zijn de kernwoorden om dit tot een goed einde te brengen.

ABV.

Zowel in Belgie (via Natuurpunt) als in Nederland (via SOVON) zijn er gestandaardiseerde projecten op poten gezet om de Algemene BroedVogels te tellen. Meestal gaat het om vaste punten waar alle soorten die je ziet worden geteld. Dit is een veel minder arbeidsintensieve methode dan de gebiedskartering. En op basis van al deze gegevens kunnen er tegenwoordig heel goed trends worden vastgesteld. Zo draag je je steentje bij aan dit groots opgezette project.

Route tellen.

Een nieuwe methode is het vastleggen van een route. Op waarnemingen.be kan je elke route die je afloopt alle soorten opslaan die je ziet of hoort. Dit doen met een vaste route levert ook heel wat nuttige info op over je gebied. Zelf vind ik deze methode zeker bruikbaar omdat je minder tijd nodig hebt dan bij een volledige gebiedskartering. En volgens mij meer te weten komt dan bij het ABV project. Maar ook hier is de boodschap weer gestandaardiseerd werken (jaren dezelfde route lopen) en volhouden. Want lange reeksen over meerdere jaren zijn pas interessant.

rietgors0001-5

Rietgors op jouw route of in jouw gebied ?

Zoals je merkt keuzes genoeg om met gewone soorten belangrijke gegevens te verzamelen. Vaak zijn deze tellingen belangrijker dan zeldzame soorten. Want het is aan de algemene soorten dat je kan merken of we goed of minder goed bezig zijn. Dus zeker het overwegen waard om jouw steentje bij te dragen aan deze projecten. En het is dan ook nog eens hartstikke plezant.

Weekendtips.

Foto Erwin Houbrechts

De tip voor dit weekend is heel simpel. Naar buiten en omhoog kijken. Want op dit moment kan overal alles doorkomen. De laatste broedvogels zijn terug, grauwe klauwier en wespendieven duiken het land binnen. Maar ondertussen blijken heel veel soorten op doortocht. En elk weertype levert dan ook weer nieuwe mogelijkheden op.

Het bewijs werd in België geleverd door op nog geen vijf dagen de 6de en 7de kleine geelpootruiter voor ons landje te scoren. En eentje kon ik zelf meepikken. Het is trouwens snel zijn nu, want ze blijven nu niet lang zitten en trekken vaak binnen de korste keren verder. Zo ook bij een grijze strandloper in Nederland. Ook een topsoort.

13496032

Arendbuizerd (foto Carine Richerzhagen)

Andere toppers waren in België ralreiger en vooral arendbuizerd (ook in mijn eigen regio). Nederland deed mee met kleinst waterhoen, orpheusspotvogel, vale gier en dwergarend. Waarvan de meeste overtrekkend of kort pleisterend.

dwergarend Gerhard Christenhuis

Dwergarend (Foto  Gerhard Christenhuis)

Dus locaties meegeven heeft op dit moment weinig zin. De berichten volgen en vooral zelf het veld in. Want wie weet wat er nog allemaal opduikt.

Weer een jaartje bij.

Geen verjaardag of ander leuk feestje. Neen, we gaan het even hebben over de verschillende kalenderjaren bij vogels.

Nieuwjaar.

De eerste dag van het jaar is hierbij bepalend. Een vogel in zijn 1ste kalenderjaar zit in de periode tussen de dag dat hij uit zijn eitje kroop en 31 december van dat jaar. Vanaf de 1ste januari tot 31 december van het jaar daarop zit hij in zijn 2de kalenderjaar. En vanaf 1 januari van het volgende jaar in zijn 3de kalenderjaar en zo verder.

Herring_Gull_Digon3

Stormmeeuw in zijn 1ste kalenderjaar (als het nog geen nieuwjaar is geweest).

Rui.

Bij heel wat soorten is dat niet altijd makkelijk te zien. Hun eerste jaar valt nog mee omdat ze dan vaak een juveniel kleed of sporen daarvan dragen. En dit bij de meeste soorten ook voor een groot deel in hun 2de kalenderjaar. Vanaf dan krijgen heel veel soorten een adult verenkleed. Maar sommige soorten kan je wel redelijk goed op leeftijd brengen. Het draait allemaal rond hun rui. Jonge vogels ruien meestal niet alle veren, heel vaak blijven de hand- en armpennen, alle of een deel van de dekveren en de staartveren behouden gedurende hun 1ste jaar en dit tot  het volgende broedseizoen. Maar opgelet, er zijn heel wat verschillende rui-strategiën bij verschillende soorten. Dus dit is niet voor alle vogelsoorten hetzelfde. Bij vogels die er lang over doen om al hun veren te ruien zoals meeuwen of roofvogels (vaak de grotere soorten) kan je door te kijken welke veren horen bij het juveniele kleed en welke er de jaren nadien kwamen de leeftijd bepalen.

Zo kan je bij arenden soms van het 1ste tot zijn 6de jaar bepalen hoe oud hij nu juist is. Je kan er dan ook nog eens het seizoen van het moment bijvoegen en dan wordt de leeftijd nog specifieker. Een arend die in zijn 3de kalenderjaar (afgekort kj.) zit en die je in september op een telpost mocht bewonderen wordt zo een 3de  kj. najaar. Zie je diezelfde vogel in het voorjaar in maart terug over de telpost vliegen (soms heb je heel veel geluk) dan is dat ondertussen een 4de kj voorjaar.

Ringers proberen op die manier trouwens alle vogels die ze ringen op leeftijd te brengen. Ze noteren de leeftijd als 1ste kj, 2de kj en zo verder. Ze hebben dan natuurlijk het voordeel om de vogels iets grondiger te kunnen bekijken omdat ze ze in de hand hebben. Maar wees gerust, makkelijk is het niet. Maar veel oefenen en je krijgt dat ook wel onder de knie (of in dit geval de slagpennen).

golden-eagle-1490887474zE6

In welk jaar zit deze zeearend denk je ?

B.O.P.

Ieder heeft zijn voorkeuren en favorieten. En voor mij zijn dat BOP’s. De birdersterm voor Birds Of Prey of in ons eigen moedertaal roofvogels.

buizerd0001

Voor veel mensen zijn dit soorten die tot de verbeelding spreken. Krachtige vliegers, toppredators met vaak een doordringende blik. Toonbeeld van kracht en elegantie. Denk maar aan de majestueuze zeearend die met zijn meer dan 2 meter spanwijdte een stevige indruk nalaat aan ieder die hem ziet overzweven. Of de speelse en lichtvleugelige jaagtechniek van een blauwe kiekendief die bijna aan touwtjes lijkt opgehangen als hij over akkerranden of graanvelden zweeft. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan met het bewieroken van deze indrukwekkende jagers.

Vervolgd.

Jammer genoeg zijn er nog steeds mensen die deze BOP’s zien als te verdelgen overlast. Het verstoren van nesten, vergiftigen van vogels of zelfs droogweg afknallen blijft schering en inslag. Gelukkig minder frequent dan vroeger. Maar ik vrees dat wat we zien of gemeld krijgen nog altijd maar een topje van de ijsberg is. Onbegrijpelijk dat er nog steeds mensen rondlopen met het idee dat ze de plicht hebben om de natuur te vrijwaren van alles wat andere dieren eet. Wraakroepend en vooral zeer frustrerend. Gelukkig is er bij de meerderheid van de mensen het besef dat deze vogels meer dan hun nut bewijzen in de natuur.

18019313909_cb82800242_b

Vergiftigde Amerikaanse zeearend.

Potter.

En dan heb je de andere kant van de medaille. Als je populair wordt zijn er mensen die je heel graag willen bezitten. De Harry Potter gekte van een tijd geleden gaf het houden van roofvogels, in dat geval vooral uilen, een boost. En de wetgeving helpt niet echt mee om dit te voorkomen. Een soepelere en vooral ongecontroleerde wetgeving geeft iedereen die dat wil de kans om een roofvogel in huis te halen. Of je daar nu iets van kent of niet. Meestal met een zielig verblijf of zelfs de dood van het beestje als eindpunt.

Vandaag las ik met genoegen in de krant dat met in Antwerpen als eerste stad de moed heeft om het vertonen van roofvogels op evenementen te verbieden. Geen macho’s meer die met een uil of valk op hun hand door de straten paraderen. En geen shows meer met vastgebonden roofvogels die mensen en veelal kinderen de verkeerde boodschap geven dat dit normaal is.

Roofvogels horen daar niet thuis. Slechtvalken moeten naar eigen goeddunken aan topsnelheden achter hun prooien kunnen jagen. Buizerd moeten hoog cirkelend op de thermiek hun territorium overzien. Boomvalken moeten als flitsende boemerangs libellen uit de lucht plukken. Sperwers moeten als snelle jagers door je tuin flitsen. Dat is wat ze horen te doen. En niet dagenlang op een blok hout zitten om af en toe even een paar tiental meter naar een uitgestrekte hand te vliegen. Zeker weten.

kerkom 5-2-11

De sierlijke blauwe kiek.

Afvinken.

Gewoon naar vogels kijken en ze determineren is super. Maar als je reeksen kan maken met jouw waarnemingen dan wordt het nog een stuk interessanter. Want meten is weten.

Streeplijst.

Een heel nuttige en makkelijke manier om op een gestandaardiseerde manier jouw gegevens te bewaren is via streeplijsten. De bedoeling is om bij een bezoek aan een gebied nadien alle soorten die je hebt gezien op een lijst in te vullen. Vroeger heb ik nog rondgelopen met blanco lijstjes met alle soorten erop. Die ik dan in het veld invulde. Thuis staat er nog een stoffig kaftje met een heleboel van die veldlijsten. Maar nu gaat alles wel wat sneller, gemakkelijker en vooral digitaal. De tijd staat niet stil.

Je vindt deze tool onder waarnemingen invoeren – streeplijst.

Schermafbeelding 2017-05-13 om 17.53.03

Op deze pagina kies je eerst het gebied dat je hebt bezocht. Daarna vul je een aantal vaste vakjes in waaronder de start- en eindtijd van je bezoek. Per soort die je gezien hebt vul je het aantal in (of 1 als je de soort gezien hebt maar niet geteld), kleed of leeftijd, gedrag en telmethode. Als dit voor alle waarnemingen gelijk is kan je bovenaan dit al vastleggen. De meest waardevolle lijst kan je opmaken door alle soorten te noteren. Met hun aantallen en gedrag. Dit levert een schat aan informatie op.

Nul stuks.

Nulwaarnemingen zijn ook heel belangrijk. Daarmee wil ik zeggen soorten die er niet zaten. Het is dus belangrijk dat als je met een streeplijst werkt je alle soorten die je ziet noteert. Daardoor kunnen we zien welke soorten er wel of niet zaten. Je kan in het veld alle waarnemingen opslaan en daarna via streeplijst eventueel verder aanvullen.

Als je dit bijvoorbeeld voor je local patch consequent zou doen dan krijg je een heel mooi overzicht van welke soorten je er gezien hebt. Je kan er op termijn zelfs trends uit halen en ook een redelijk zicht krijgen op de broedvogels, wintergasten en doortrekkers die jouw local patch bezoeken. Boeiend, nuttig en vooral superleuk.

Schermafbeelding 2017-05-13 om 17.46.00

Voorbeeld van een streeplijst.

Weekendtips

Kleine geelpootruiter (foto Silas Morreeuw)

De ster van deze week dook gisterenavond op in de Kalkense Meersen te Uitbergen, een kleine geelpootruiter. Deze dwaalgast werd nog maar een paar keer gezien in België. Dus hij (of zij) kan dan ook op heel wat belangstelling rekenen.

Ondertussen loopt de trek stilletjes verder. Dagen met de juiste omstandigheden leveren vaak heel wat leuke soorten op. Vooral de roofvogels blijken populair. Zwarte en rode wouwen blijven doorkomen. En ook de wespendieven zijn op komst. De voorbije dagen werden er heel wat gezien, overtrekkend. En in Nederland zetten ze een mooi rijtje neer met aasgier, slangenarend, schreeuwarend en grijze wouw. Alles op één dag. Ik heb hier jaren over moeten doen. En ook de jaarlijkse roodpootvalken zijn weer netjes op post.

wouwaap0001

Wouwaap (eigen foto)

Er werden ook enkele bijeneters gespot. En op de klassieke plekken zaten weer heel kort morinelplevieren. Wat de broedvogels betreft zijn er weer een aantal terug in het land. Wouwaap, grote karekiet, spotvogel en bosrietzanger laten hun al zien of horen.

En in Nederland zat de ganse week een zwarte zeekoet in de jachthaven van Terschellingen. Een beestje dat je ook niet elke week kan bewonderen.

Zwarte zeekoet Thijs Schipper

Zwarte zeekoet (foto Thijs Schipper)