Featured

De weg naar een fascinerende hobby.

Ik geef het toe. Ik ben verslaafd aan vogels. En daar ben ik heel blij mee. Want vogels kijken is voor mij een uit de hand gelopen hobby die mij uren en uren kan bezig houden.

Wat ooit begon met een vogelgids die ik kreeg van mijn ouders is uitgegroeid tot een boeiende, fascinerende en vooral super-plezante bezigheid. Bijna al mijn vrije tijd spendeer ik met het zoeken, kijken, determineren, noteren, oplijsten, onderzoeken,… van vogels.

En mijn doel is om zoveel mogelijk mensen te laten kennismaken met die hobby. Zodat ze ook de fun leren kennen van alle aspecten van birdwatching. En er zijn opties in overvloed. Honderden kilometers rijden om die speciale dwaalgast te gaan bekijken (die dan soms al vertrokken is naar andere oorden), uren in een ongemakkelijk houding in een te klein schuiltentje zitten om die ene soort op foto te zetten, akelig vroeg uit je bed kruipen om de zang te horen van de eerste soorten die van hun verre overwinteringsgebieden terugkeren, ’s nachts omringd door duizenden steekbeestjes een glimp opvangen van een nachtactieve jager. Dat moet toch bij iedereen als muziek (of in dit geval vogelzang) in de oren klinken.

Ga je mee de uitdaging aan ? Durf je de sprong wagen ? Dan zal ik jullie overladen met informatie, tips, leuke weetjes en alles wat nodig is om de eerste stappen te zetten. Stappen die je bij elk bericht dat je leest dichter brengen bij je transformatie naar wat ik al jaren ben. Een echte birdaholic.

Join the ride…

Afstellen van je verrekijker

spying-eyes-strange-weird-surveillance-privacy-royalty-free-thumbnail

Heel wat vogelkijkers gebruiken hun verrekijker zonder dat die goed is afgesteld. De Belgische gewoonte om de handleiding niet te lezen als je iets nieuws in huis haalt slaat hier ook toe. Ik kwam hierover een leuk artikel tegen in een oud nummer van BirdWatching. Volgens mij de moeite om toch even alle puntjes op een rijtje te zetten.

1. Zet je oogschelpen juist:

Aan de zijde waar je binnen kijkt zitten twee oogschelpen die je door te draaien kan uittrekken of induwen. Meestal zet iedereen deze op de verste stand. Opletten, want de laatste klik is meestal eentje om ze er af te halen. Ik ben zo al een paar oogschelpen kwijt geraakt.
oogschelp_450x322Je moet ze uitdraaien tot je een breed gezichtsveld krijgt zonder dat je zwarte vlekken of vegen ziet aan de rand van je beeld (vignetting). Hoe ver dat is, is voor iedereen anders.
Draag je een bril, dan draai je de oogschelpen volledig tegen de verrekijker aan.

2. Plooien maar

Je kan door het roterende middenstuk je verrekijker plooien. Hoe ver? Tot je maar één beeld ziet. Als de lenzen niet recht op je oog komen heb je het effect van de oude viewmaster (wie kent die nog?). Een dubbel beeld.

3. Twee ogen

Belangrijkste afstelling. Iedereen heeft twee ogen en die zijn vaak verschillend wat betreft sterkte. Daarom zit op elke verrekijker een afstelring. Meestal net onder de rechter oogschelp. Maar soms ook in het midden. Bij mijn Leica moet ik die dan nog eens uittrekken om de boel te regelen (daarom dus die handleiding).

244-oog-afstellen2
Hoe stel je je verrekijker nu af op jouw ogen? Bedek je rechteroog en kijk door je verrekijker naar een voorwerp op 10-15m afstand. Als je – net als ik – moeite hebt om je ogen apart te sluiten, hou je gewoon een hand voor de voorkant van je verrekijker.
Ik kies als onderwerp om naar te kijken, altijd een bord met tekst omdat je daar de scherpte goed op kan beoordelen.
Zet je focus zo scherp mogelijk. Nu wisselen van oog.
Kijk enkel met je rechteroog. Maar pas nu de scherpte aan (als het nodig is) met de afstelring. Als het beeld haarscherp is klopt je afstelling. Laat deze zo staan. Hoewel? Ik doe deze oefening elk jaar even opnieuw. Je ogen veranderen steeds (lees: gaan achteruit).

Diopter-Adjustment-of-Vortex-Razor-HD

4. Klopt alles?

Laatste test. Kijk zonder je kijker naar een voorwerp. Breng je verrekijker, zonder het voorwerp uit het oog te verliezen voor je ogen. Het voorwerp zou ook door de verrekijker precies in het midden van het beeld moeten staan.

Voila, nu ben je klaar om met een goed afgestelde verrekijker die leuke vogels te gaan spotten. Veel plezier!

Bron: BirdWatching

 

Behaaglijke tip

_MG_8113

Staartmees

Momenteel maken we een periode mee van stevige mezentrek. Want, jawel, ook mezen zijn trekvogels. Zo verplaatsen noordelijke populaties zich naar warmere oorden en passeren of blijven ze plakken in ons landje. Onze mezen schuiven vaak op naar Frankrijk of zelfs verder. En sommige kiezen dan weer om lekker in eigen land te blijven.

Meevliegers

Ze vormen groepen die niet zoals andere ‘echte’ trekvogels elke dag of nacht lange afstanden afleggen. Maar door gebruik te maken van corridors in het landschap langzaam maar zeker naar hun bestemming hoppen. Als het ware van tak tot tak. En vaak zitten er in die groepen verschillende soorten mezen. Koolmees, pimpelmees, staartmees. Maar ook minder algemene soorten zoals matkop en glanskop sluiten soms bij deze groepjes aan. Ook goudhaantjes en vuurgoudhaantjes stappen mee in de ‘mezen-bus’. En met wat geluk zitten er ook zangertjes tussen. Tjiftjaf zal je het vaakst ontdekken. Maar wat gedacht van zeldzame dwaalgasten als bladkoning of pallas’ boszanger. Je kan echt alles verwachten.

Gaatje

Maar dan moet je wel gaan zoeken natuurlijk. Een goede methode is om een plekje te zoeken met dichte hagen of smalle bosjes. Hier bij ons staan die, gelukkig nog, met kilometers. Hoe ga je daar zo een groepje ‘klein spul’ in terug vinden? Alvast niet door als een kip zonder kop langs al die hagen te lopen.

Zoek je een plekje uit waar er in dat bosje of die haag een minder dichte of zelfs kale of dode struik of boom staat. Zorg dat je op een afstand die plek goed kan overzien. Liefst met de zon in je rug. En dan is het wait and see. Hou jouw gekozen plekje goed in het oog en met wat geluk komt er heel wat voorbij gehipt. Spits je oren ook, want je hoort ze al van op afstand aankomen. Mezen zijn nu eenmaal gezellige beestjes. Als ze bij jouw open stukje haag aankomen is het opletten geblazen. Dan heb je de kans om ze mooi open te kunnen bekijken. Echt het proberen waard. Veel succes.

bladkoning1005-4

Misschien zie je deze wel, bladkoning

Roepjes

Na bijna een jaar inactiviteit begin ik terug met schrijven voor mijn blog ‘Iedereen birdaholic’. Want blijkbaar blijven mensen mijn blog bezoeken, zelfs zonder dat er info bijkomt. Voila, hier gaan we.

Trektellen

graspieper0001

Momenteel worden in België heel wat vogels geteld. En dit op de trektelposten. Want van juli tot een stuk in november passeren er een massa vogels ons landje op weg naar hun overwinteringsgebieden. Het tellen van deze vogels op een vast punt is niet alleen een heel nuttige bezigheid. Maar vooral dikke fun. Zelf ga ik regelmatig langs op een telpost bij ons in de buurt, Oetersloven. En er is altijd wel wat te beleven. Je kan trouwens alle tellingen bekijken op de website trektellen.nl. Moest je zelf eens zin hebben om dit live mee te maken. Klik dan het kaartje aan met alle telposten en ik ben er zeker van dat er wel ergens een telpost in jouw buurt is. En meestal vind je bij de details van die telpost ook contactgegevens. Zo kan je navragen wanneer er volk aanwezig is.

Oefenen

En als je voor het eerst op zo een telpost komt zal het je verbazen hoeveel vogels die gasten ontdekken. En vooral, hoe herkennen ze die zo snel? Een vraag die ik al tientallen keren hoorde van sporadische bezoekers of niet-vogelkijkers.

Wel dat is een kwestie van veel oefenen en kijken. Bij het herkennen van vogels die snel voorbij vliegen letten de tellers op een aantal zaken:

1. roepjes: de meeste vogels houden tijdens hun trek contact met andere soortgenoten. en dit doen ze door regelmatig te roepen. Het gaat hier niet over de zang of een alarmroep. Maar een contactroep. Op sommige telposten wordt trouwens constant het geluid opgenomen zodat niet herkende roepjes nog eens kunnen herbeluisterd worden. Op die manier kunnen ze sommige moeilijkere of zeldzamere soorten toch nog aan hun lijst toevoegen. Bij de natuurstudiegroep Dijleland hebben ze zelfs een heel stuk van hun website aan die roepjes gewijd. Daar moet je echt eens gaan kijken. De moeite.

2. Vlucht: Hoe ze vliegen is ook een manier om vogels te herkennen. Denk maar aan de V-vorm waarin ganzen of kraanvogels vliegen. Sommige soorten vliegen in losse groepjes, andere dan weer dicht bij elkaar. Maar ook individuele vogels kan je zo herkennen. Een golvende vlucht, een rechtlijnige vlucht, het ‘roeien’ van de roeken, kneutjes lijken in hun vlucht wel aan elastiekjes te bengelen en ga zo maar door.

3. Jizz: en als het licht goed is kan je vaak de vogels ook mooi bekijken. En dan is het de kunst om met een oogopslag een soort te herkennen door snel de kenmerken die je ziet door je hersenen te laten lopen. Het beeld dat je daarvoor in je geheugen hebt zitten noemen we de jizz. Daar had ik het trouwens eerder al eens over op deze blog. Ga er maar eens kijken.

Niet simpel

En de combinatie van al deze dingen zorgt er voor dat ervaren trektellers die overvliegende stipjes perfect op naam kunnen brengen. En dan heb ik het nog niet gehad over hun techniek om vogels te tellen. Maar daar heb ik het een andere keer over.

Als beginnende vogelaar is dit soms wel heel bangelijk. ‘Dat leer ik nooit’ is de eerste reactie. Wel, dat klopt dus niet, want die trektellers die je bezig zag zijn ook ooit begonnen van nul. Het is zeker niet de makkelijkste discipline van het vogels kijken. Maar als je regelmatig naar een telpost gaat  zal je ontdekken dat je toch vrij snel een aantal soorten gaat herkennen. En het verdomd leuk gaat vinden.

En nog een laatste tip. Dit boek vind ik echt een aanrader voor mensen die willen beginnen met trektellen. Duidelijke en beknopte uitleg hoe je een soort kan herkennen. Handig voor als het pijpenstelen regent en je toch wil oefenen met die trekvogeltjes.

Je kan misschien al starten met de vogel op de foto bovenaan in deze post te determineren 😉

1001004001996424

Winterse kiek.

Momenteel kan je in onze akkergebieden (zuidelijk deel van Belgisch Limburg) regelmatig kiekendieven tegen komen. Maar welke zijn dat dan ?

Bruine.

De meest voorkomende kiekendief in onze regio is tijdens het broedseizoen de bruine. Geen heel algemene broedvogel in akkergebieden. Ze broedden vaker in grote rietgebieden, maar de “graan-broeders” worden stilaan talrijker. Tijdens de winter kan je ze ook nog tegenkomen maar de meeste trekken weg naar Afrika.

De blijvers kan je herkennen aan hun jachtvlucht. Ze vliegen dan laag boven de grond met hun vleugels in een ondiepe V vaak stoppend en wentelend. Het is onze grootste kiekendief, net iets groter dan de buizerd maar niet zo plomp, fijner van bouw. Met duidelijk langere vleugels en een langere staart. De adulte mannetjes hebben duidelijk zwarte vleugelpunten een effen ongetekende blauwgrijze staart en een grijs vlak op de bovenvleugel tussen de bruine armpendekveren en de zwarte vleugeltop. Hierdoor krijg je een driekleurig (soms zelfs vierkleurig) patroon. De kop is licht geelwit gekleurd en de rug en de buik kanstanjebruin. De adulte vrouwtjes zijn donkerder bruin met een goudgele kruin, keel en vleugelboeg. De 1ste jaars vogels zijn volledig zwartbruin met een goudgele kruin en keel. Soms ook een goudgele vleugelboeg.

34197780435_befeddcb95_b

Adulte man bruine kiekendief.

Marsh_harrier_(Circus_aeruginosus)_female

Adult vrouwtje bruine kiekendief in typische vlucht.

Circus_aeruginosus_juvenile_Torrile

1ste jaars bruine kiekendief

Blauwe.

De meeste kiekendieven die je in de winter hier ziet zijn blauwe. Deze prachtige vogels zijn duidelijker te herkennen. Zeker de mannetjes. Deze zijn mooi grijsblauw met duidelijk zwarte vleugeltoppen. Als je ze dichtbij genoeg kan bekijken valt het felle gele oog ook op. De bovenstaartdekveren zijn wit. Dit is ook het kenmerk van de vrouwtjes. Maar dit is ook zo bij de grauwe en steppekiekendief. Maar die kom je hier in de winter nooit tegen. In de trek daarentegen. De vrouwtjes dan uit elkaar kennen is niet zo makkelijk. Maar dat is stof voor een andere keer.

Eén van de kenmerken om blauwe en grauwe uit elkaar te houden is de bredere vleugel en de stompere vleugeltop omdat de 5de handpen (ook wel de P5 genoemd) langer is dan bij de grauwe. Verder hebben de vrouwtjes een bruine bovenzijde en de al genoemde witte bovenstaartdekveren. Op de armvleugel hebben ze een variabele geelbruine baan. De onderzijde is beigewit met bruine streping. De 1ste jaars vogels tenslotte lijken heel veel op de adulte vrouwtjes. Maar ze hebben een meer rossig geelbruine onderzijde en de streping zit vooral op de borst. En de baan op de bovenvleugel is ook roodbruin in plaats van geelbruin.

hen-harrier-male-mp

Adulte man blauwe kiekendief.

15714647009_a41a3521c1_b

Adult vrouwtje blauwe kiekendief.

Kijken naar elzen.

Ik ben niet overgestapt naar de bomenwerkgroep. Maar op dit moment heb ik wel wat meer interesse in de elzen die bij mij in de buurt staan. Ik speur bij elke wandeling doelbewust alle toppen af van deze bomen. Op zoek naar …sijzen.

Met of zonder barm ?

Momenteel kan je nu groepen sijzen tegenkomen. Meestal ontdek ik ze pas als ze hun kenmerkende “tielu” roep laten horen. En dan is het de kunst om deze fragiele acrobaatjes te ontdekken vaak hangend aan de zaaddozen op zoek naar eten. De mannetjes vallen meestal dadelijk op door hun opvallende gele vleugelstrepen en gele borst en zijkop in contrast met hun zwarte kruin. De vrouwtjes zijn iets onopvallender maar ook hier zijn de gele vleugelstrepen het beste kenmerk. Juveniele vogels hebben eerder groengele vleugelstrepen en missen het geel op de borst en zijkop. Hun streping op de borst en flanken is feller en loopt tot op de kin.

bird-1160460_960_720

Sijs, adulte man.

nature-1252798_960_720

Sijs, adult vrouwtje.

siskin-981102_960_720

Sijs, juveniel.

Maar het is opletten geblazen. Want ook kunnen er barmsijzen tussen zitten of zit je gewoon naar een groepje “barmpjes” te kijken inplaats van naar sijzen. De weggever is het rode voorhoofd dat vooral bij de mannetjes mooi te zien is. En het volledig ontbreken van geel of groene tinten. Adulte mannetjes hebben ook een mooie rode borst in het voorjaar. In de winter zie je er soms wat sporen van maar die kleur komt pas na sleet op de borstveren naar boven. Barmsijzen zijn warm bruin van tint. En de vleugelstreep is wit tot lichtbruin/bruingeel. Bij de kleine barmsijs is deze bruinkleurig en bij de grote volledig wit met geen enkel spoor van bruin. En zit er een echt bleek exemplaar tussen. Dan is het opletten geblazen. Want soms komt er hier ook een witstuitbarmsijs terecht. Deze vallen dus op door hun veel bleker uiterlijk, altijd wit op de stuit en het ontbreken of zeer zwakke flankstrepen. Die zijn trouwens de max.

37991587855_0c4669131f_b

Kleine barmsijs (Carduelis cabaret)

Carduelis_flammea_9finnor_JH

Grote barmsijs (Carduelis flammea)

1200px-Arctic_Redpoll_(Acanthis_hornemanni)_(13667519855)

Witstuitbarmsijs (Carduelis hornemanni)

 

Kleine of bontbek ?

Gisteren kreeg ik van een collega vogelkijker een foto van een groepje plevieren met de melding dat “ze wel heel actief waren”. Het bleken bontbekplevieren te gaan en niet de plaatselijke kleine plevieren die er al maanden rondtrippelen. Een begrijpelijke vergissing.

Hoe hou je deze “tweeling” uit elkaar ? In zomerkleed valt het nog wel mee. De kleine heeft in elk kleed een gele oogring. En in adult kleed bleke pootjes. En tussen de zwarte koptekening en de buine kruin is er altijd wit. En in vlucht is er op de bovenvleugel enkel een smalle vleugelstreep te zien.

De bontbekplevier heeft een veel bredere vleugelstreep in de vlucht. En natuurlijk een bonte snavel. Deze is fel oranje met een zwarte tip. En de pootjes zijn feller oranje dan bij de kleine.

In winterkleed wordt het een ander paar mouwen. Maar de oogring is er nog bij de kleine. En de pootkleur helpt ook. Die blijft gelukkig bewaard ook in winterkleed. En als je ze goed kan bekijken dan zie je dat een de koptekening op de wang bij een kleine uitloopt op een puntje en bij de bontbek afgerond is.

In juveniel kleed wordt het nog wat plezanter. Dan lijken ze wel heel sterk op elkaar. De pootkleur laat ons dan in de steek. De oogring is er wel bij de kleine, maar dan heel wat minder duidelijk te zien. En het beste kenmerk is de wenkbrauwstreep. Bij kleine is deze geelbruin en bij de bontbek wit.

En de kleine is natuurlijk iets kleiner dan de bontbek. Maar dan heb je ze wel allebei nodig.

Charadrius_dubius_curonicus_s2

Kleine plevier in zomerkleed.

Charadrius_hiaticula_He1

Bontbekplevier in zomerkleed.

 

MAS, maar geen cultuur deze keer.

Motacilla cinerea

Na een lange tijd van inactiviteit zijn we er weer. Inactiviteit is wel de verkeerde woordkeuze want het is beredruk geweest. En daarom heb ik deze blog een beetje links laten liggen. Mijn excuses aan de vaste volgers hiervoor.

Ik ben dit jaar gestart als medewerker aan het MAS-project. Een voor Vlaanderen vrij nieuw project waar via punttellingen akkervogels worden geregistreed tijdens het broedseizoen. Voluit, Meetnet Agrarische Soorten. Waarom neem ik dit ook nog even mee op mijn al overvolle hooivork ? Omdat het voor onze regio gewoonweg superbelangrijk is om deze categorie van vogels nauwgezet op te volgen. Deze tellingen kaderen in een ruimer project Grauwe Kiekendief. Een iconische maar momenteel ontbrekende soort in onze akkergebieden. Maar via een wel heel ambitieus project zullen vogelakkers worden aangelegd in kerngebieden om zo opnieuw grauwe kieken aan te trekken. En als dit lukt zou dat super zijn. Maar alle andere akkersoorten zullen ook mee-zeilen op deze maatregelen. En dat is nodig. Want met deze groep gaat het in rollercoaster-tempo achteruit. Mijn regio ligt trouwens in één van deze kerngebieden.

Ondertussen heb ik al twee tellingen achter de rug in een gebied met zo goed als geen vogelakkers. Jammer, maar wel een ideaal startpunt. Ze noemen dat de nul-telling. Zodra er maatregelen worden genomen zal dan ook duidelijk worden of deze effect hebben. Voor mij als teller is dat een motivatie om te blijven tellen. Want wees gerust, echt happy word je hier niet van. Het aantal soorten is beperkt en op sommige telpunten is het echt zoeken naar een vogeltje. Zo merk ik dat het aantal gele kwikstaarten, toch niet dadelijk een zeldzame soort, volledig in elkaar is gestuikt. Waar ik vroeger tientallen koppels tegenkwam ben ik nu blij met één koppeltje op een telpunt.

Vogels tellen is belangrijk. Welk project dat ook mag zijn. Het levert belangrijke info die kan gebruikt worden in grotere projecten of om centen vast te krijgen bij overheid of andere instanties om soorten te beschermen. Dus ga eens een kijkje nemen op de website van SOVON of Natuurpunt welke projecten er allemaal bestaan. En misschien wordt ook jij wel één van de tellers. Oh ja, nog iets… het is dan ook nog eens heel plezant.

 

Digitaal is super.

De digitale wereld staat nooit stil. Integendeel, hij gaat steeds sneller en sneller of we dit nu willen of niet. En dit zorgt voor heel wat leuke toepassingen en mogelijkheden. Zelf kom ik nog uit het tijdperk van een bieper die een code gaf als er ergens een leuke soort werd gezien om dan met een telefoon met een draad aan (jawel, dat heeft ooit bestaan) naar een maat te bellen om te weten waar het beestje juist zat. Momenteel is alles een stuk makkelijker geworden.

Waarnemingen.

Zo is er de super-populaire website waarnemingen.be of waarneming.nl. Deze stek is zoveel meer dan een registratieplek voor ieders waarnemingen. Je kan er een massa info vinden. En als vogelaar is dat geweldig.

Natuurlijk is het hoofddoel van deze website dat iedereen die zich inlogt zijn of haar waarnemingen kan ingeven. En dit zo gedetailleerd als je dat zelf wil. Mijn advies is, hoe meer details, hoe meer waarde jouw waarneming heeft. Ik overloop even het invoerscherm.

Schermafbeelding 2018-01-26 om 16.55.11

Naast de datum (staat automatisch op vandaag) en het uur vul je de naam van het gebied in waar je de vogel zag. Ken je het gebied niet ? Tik dan de gemeente in en je krijgt een lijstje van gebieden in die gemeente. Daarna zoomt het kaartje in en kan je met een pointer de exacte locatie aanduiden. Wil je niet dat anderen dit zien dan kan je onderaan het formulier naast “verborgen tot” een datum invullen. Dan blijft de waarneming onzichtbaar tot die datum. Bijvoorbeeld met kwetsbare broedgevallen. Of je klikt het vakje hokvervaging aan. Dan wordt de waarneming vervaagt en kan niemand zien waar je deze soort hebt gezien. Bij sommige soorten staat dit vanzelf op vervaagd.

Dan vul je de soort in. Ook hier krijg je nadat je een deel van de naam hebt ingegeven een lijstje. Je klikt de juiste soort in de lijst aan. Geef het aantal in en of het een man of een vrouw was (of onbekend). Naast het aantal kan je aanduiden of het het exacte aantal is of een schatting. Daarna de methode dat je de soort zag (kan soms anders zijn dan gewoon waarnemen, bv. enkel gehoord). Stadium is kleed of leeftijd. Gedrag is een heel belangrijk vakje. Zeker om mogelijke broedgevallen te kunnen bepalen. Dus zeker invullen. Bij op/in kan je invullen of er een aanvulling bij gedrag komt. Zo kan een havik aan het foerageren zijn op een houtduif. Biotoop kan je ook verduidelijken. En in het vakje toelichting kan je alles kwijt wat je nog niet kon vertellen.

Waarnemingen.

Maar buiten je eigen waarnemingen kan je natuurlijk ook een schat aan andere waarnemingen uitpluizen. Ik kijk er elke dag op om te zien wat er zoal werd gezien. Leuke soorten, maar ook waarnemingen van anderen in gebieden in mijn buurt.

klapekster-006

Zo kon ik vandaag zien dat in Limburg op drie plekken een klapekster werd gezien. Een leuke overwinteraar die ik ook wel eens wil gaan bekijken. De dichtstbijzijnde locatie was in de Teut te Zonhoven. Als ik de waarneming oproep kan ik zien waar juist de vogel werd gespot. Dus die klapekster kan ik dan alvast inplannen voor de volgende trip. Hopelijk blijft hij op mij wachten.

Schermafbeelding 2018-01-26 om 16.51.22

Zo zit er al een tijdje een dwergaalscholver in Oudergem. Wil je deze soort zelf zien ? Dan weet je perfect waar die is gezien en dat hij er vandaag om 14u38 nog zat volgens Koen Maes. En er staat zelfs een bewijsfoto bij.

Mogelijkheden.

Maar dit is nog niet alles. Want als ik alle mogelijkheden van deze website zou moeten uitleggen dan wordt mijn blog een beetje te lang. Ik haal er enkelen uit.

Onder de knop soorten kan je een kaart opladen waar per UTMhok de biodiversiteit wordt berekend. Zo kan je in een oogopslag ontdekken waar de laatste 5 jaar de meeste vogels werden gezien. Misschien de moeite om daar eens op in te zoomen en dan een uitstapje naar één van de gebieden daar te plannen.

Ook kan je één soort die je graag zou zien of meer over wil weten oproepen en dan in detail bekijken. Zeker eens doen, de mogelijkheden zijn enorm.

Onder overzichten kan je alle gebieden die in het systeem zitten oproepen. Zo kan je even kijken waar dat gebied juist ligt en welke soorten er nu of vroeger al gezien werden. Hier ook een enorme database met foto’s. Want heel wat waarnemers zetten maar al te graag hun foto’s op deze website. Hier zit ik ’s avonds vaak door te bladeren. Er zitten vaak echte pareltjes tussen. En ook krijg je bij een soort die je opzoekt dadelijk een massa beelden cadeau. Zo werden er vandaag al meer dan 700 foto’s toegevoegd (natuurlijk niet enkel vogeltjes).

Schermafbeelding 2018-01-26 om 16.52.37

Het systeem houdt ook al jouw waarnemingen in detail bij. Enkel door jouzelf te zien (de meeste data dan toch). Zo maakt de website jouw levenslijst. Maar daar kan je dan verder mee spelen door periodes, gebieden, soorten en wat nog meer allemaal te selecteren. Superleuk. Een aanrader is om te werken met transecten. Als je ergens gaat wandelen kan je via ObsMapp alle waarnemingen op een route laten zetten die je op dat moment afwandelt. Hierdoor krijgen die waarnemingen extra waarde omdat de inspanning om die waarnemingen te doen wordt opgeslagen.

Tenslotte vind je een lange lijst van projecten die allemaal meer dan de moeite waard zijn om even te bekijken en misschien zelfs aan deel te nemen.

Kortweg, als er één website is die moet open springen als je je computer aanzet. Dan is het waarnemingen.be of waarneming.nl.

Wittekop of niet ?

Eén van de sympathiekste vogeltjes die ik ken is het staartmeesje. Een nerveus bolletje met een lange staart. Zijn naam heeft hij dus niet gestolen. Ze duiken op dit moment op in groepjes actief rondhippend in de struiken in groepjes van vaak tientallen vogels. Vaak vergezeld van andere mezen of ander klein grut. Groepen die trouwens vaak het bekijken waard zijn, want er kan vanalles tussen meehuppelen.

Noorderling.

En soms zitten er exemplaren tussen met een volledig witte kop. Dit kan een witkopstaartmees zijn of de Noordelijke ondersoort caudatus. Maar opgelet een witkopstaartmees heeft altijd een witte kop. Maar een staartmees met een witte kop is niet altijd een witkopstaartmees.

Een echte caudatus heeft een zuiver witte kop. Met het minste bruin of zwart in de wangen of hals spreken van een “witkoppige staartmees”. Een tussenvorm, mogelijk een hybride, of een afwijkende vogel. Een caudatus is ook op de onderzijde merkelijk witter dan “onze” staartmees. Opvallend is ook de zachte roze schijn op de flanken. Ook het wit op de vleugeldekveren is meestal opvallender en breder.

Dus zeg niet te snel witkopstaartmees tegen eentje met een witte kop. Goed bekijken is de boodschap en met zo een nerveus rondspringend bolletje is dat niet altijd simpel.

Aegithalos_caudatus

Een “witkoppige” staartmees.

Длиннохвостая_синица_(Aegithalos_caudatus)

Een witkopstaartmees, echte caudatus.