Wat is de beste vogelgids?

Simply the best

Gisteren stak hij in mijn brievenbus. De nieuwste versie van de ANWB Vogelgids van Europa. Zonder enige twijfel de beste determinatiegids voor vogels in het Nederlands. Het gaat om een herdruk voor dit jaar. Ondertussen al de 10de. Dus kan mijn oudere exemplaar (volgens de info binnenin van 2000) de kast in. Als souvenir aan heel veel leuke momenten tijdens het vogels en kijken. Maar vooral omdat een van de auteurs, de beroemde Lars Svensson, zijn handtekening er heeft ingezet.

Zonder twijfel de beste keuze, deze vogelgids


Maar waarom de herdruk kopen?

Al eerder besprak ik de keuze van een goede vogelgids op mijn blog (klik hier om deze post te lezen). Maar in mijn huidige gids staan ook alle vogels die ik denkelijk kan tegenkomen in Europa. Waarom dan toch centjes uitgeven voor weer een nieuwe druk?
De reden is dat deze versie completer is dan de vorige. Geen commerciële truc van de uitgevers, maar een voortdurende evolutie bij de determinatie en indeling van vogels. Daarbij verandert de lijst van soorten die Europa kunnen bezoeken of er voorkomen ook. Dus deze vogelgids is iets groter van formaat, wat de tekeningen ten goede komt. Maar ook een stuk dikker, welgeteld 45 pagina’s extra. Dus meer info.
Ook de volgorde van de soortengroepen is in vergelijking met mijn oude exemplaar gewijzigd. Waar deze begon met de duikers, staat nu de knobbelzwaan als eerste te pronken.

Waarom is dit de beste?

Misschien ligt het aan mij. Maar ik ben geen fan van foto’s in determinatiegidsen. Je moet al een hele reeks foto’s in je boek zetten om alle kenmerken mooi en goed te laten zien. De opmerking dat een tekening nooit alle omstandigheden (lichtinval, houding, omgeving,…) kan bevatten klopt. Maar voor een foto geldt dezelfde beperking. Volgens mij zelfs nog meer. Want de foto is wat hij is, buiten wat gefotoshop-geprul kan je dit beeld niet manipuleren. De tekenaar kan wel heel bewust elk belangrijk kenmerk in de verf zetten. Letterlijk hier. Want al de afbeeldingen in deze vogelgids zijn prachtige kunstwerkjes op zich. Alleen hiervoor zou je hem al kopen. Ik kan uren genieten van al die plaatjes.
Er zijn ook vogelboeken (ik weiger ze gidsen te noemen) die met foto’s proberen een determinatie-hulpmiddel te zijn. De vrij nieuwe uitgave ‘Handboek Europese Vogels’ van Nils Van Duivendijk en Marc Guyt is een meer dan verdienstelijke poging. Maar het gaat om twee ‘kloefers’ van werken die je niet meeneemt in het veld (althans, niet zonder een karretje).
De vogelgids van ANWB is wel bruikbaar in het veld. Het formaat is op de limiet. Maar hij past in een schoudertas of zelfs (een heel grote) jaszak. De extra plastieken hoes waar hij inzit geeft aan dat het een boek is om buiten te gebruiken. Dus gewoon meenemen die handel.

Uiltje knappen

Ik ben niet de expert die deze vogelgids lettertje per lettertje heeft nageplozen. Hierover kan je wel ergens anders veel betere artikels lezen. Maar ik heb, na een eerste snelle blik in mijn nieuwste aanwinst, toch een paar dingen gezien. Zo blijkt dat de sectie met de uilen met een pagina is uitgebreid.
De oehoe krijgt de aandacht die hij verdient met 2 afbeeldingen extra en een prachtige update van de vorige afbeeldingen. De rest van de pagina wordt opgevuld met de woestijnoehoe. Die maakt promotie van een voetnoot en een kleine afbeelding en een hoekje, naar een volwaardige beschrijving met maar liefst 5 mooie tekeningen.
De ransuil en de velduil verdienden blijkbaar ook (terecht) een nieuwe reeks prachtige afbeeldingen. Ze gaan van een kwart bladzijde naar een derde.
Hierdoor verhuist de kerkuil naar een volgende pagina, met ook andere tekeningen (lees kunstwerkjes). Hier vinden we ook de bosuil, waar de ondersoort Mauritanica uit NW Afrika, wat meer aandacht krijgt.
Opgelet, ik heb het hier enkel over de afbeeldingen. De tekst zal vermoedelijk ook de nodige aanvullingen gekregen hebben.

Meer plaats voor de bosuil en de kerkuil

Tapuitjes mixen

Deze groep hebben ze ook een beetje herschikt. Zo promoveert de Seebohms tapuit van ondersoort naar een aparte soort. Hierdoor krijgt hij, in tegenstelling tot de vermelding bij de tapuit in mijn oude gids, een volledig vakje voor zichzelf. Terecht, wat een prachtig beest. Nog nooit gezien trouwens.
De rouwtapuit wordt opgedeeld in een oostelijke en een westelijke soort (komt blijkbaar wel meer voor).
Bij de Koerdische (xanthoprymna voor de kenners) hebben ze blijkbaar het hele verhaal moeten herschikken. In mijn oude exemplaar is de roodstaarttapuit de hoofdsoort en spreken ze van de Koerdische als ondersoort. Maar ook toen was er duidelijk al twijfel, aangezien het woordje ‘onder’ tussen haakjes staat. In mijn nieuwe vogelgids is de Koerdische en de roodstaarttapuit elk een aparte soort. Maar wat mij opvalt is dat de tekening van de opgerichte vogel die vroeger bij de roodstaart stond, nu bij de Koerdische staat te pronken. Toch even verder uitpluizen hoe dat nu juist zit.

Klauwiertjes extra

Een pagina waar ik bij het doorbladeren bleef hangen was die van de klauwieren. In tegenstelling tot mijn oude vogelgids worden een aantal aparte soorten zoals Daurische, Turkistaanse en Bruine (die laatste is in mijn oud exemplaar nergens te bespeuren) uitgebreid omschreven. Veel duidelijker dan voorheen, waar alles wat door elkaar stond. Zo blijkt de afbeelding van de Daurische in de oude gids, een Turkistaanse te zijn. Het moet nu eenmaal kloppen en we leren elke dag bij. Ook de scheppers van deze vogelgids blijkbaar.

Daurische klauwier? We zoeken het (nu makkelijker) op (Bron: Wikipedia)

Meeuwen

Hier ook heel wat wijzigingen en veel meer afbeeldingen. Zilvermeeuw krijgt een stevige upgrade en de Amerikaanse neef duikt op. Een volledige pagina met kleden en kenmerken. Het bewijs dat meeuwen moeilijke gasten blijven.
Ook geelpootmeeuw krijgt enkele prentjes extra. Maar het is hier duidelijk te zien dat we elk jaar weer meer te weten komen over meeuwen en dat het een boeiende (maar aartsmoeilijke groep) blijkt. Armeense meeuw promoveert terecht van een klein kopje naar een volwaardige beschrijving met maar liefst 7 afbeeldingen. Pontische doet het nog beter met 2/3de bladzijde en 16 afbeeldingen, komende van slechts een voetnoot in de oude vogelgids.
Kleine mantelmeeuw krijgt dan weer het gezelschap van Baltische en Heuglins. Of dit mij gaat helpen bij de volgende groep meeuwen die ik tegen kom is natuurlijk de vraag. Maar dat ligt volledig aan mij, totaal niet (in tegendeel) aan het werk van deze auteurs.

Dwaalgasten

Tenslotte zag ik dat de Amerikanen, die per ongeluk in een orkaantje zijn verzeild om bij ons te belanden, niet meer tussen de woestijnvinken en de gorzen gestoken. Dat was trouwens totaal niet logisch. Ze verhuizen een stukje naar achter, waar ze thuishoren. De afbeeldingen zijn veel mooier en duidelijker en hebben dezelfde kwaliteit als die in de rest van de gids. We krijgen er dan ook nog eens twee cadeau.

Meer ruimte voor de dwaalgasten

Ook voor de dwaalgasten is er meer ruimte voorzien. Ze krijgen twee pagina’s meer. Maar toch heb ik hier het gevoel dat dit geen prioriteit was. De tekst is weliswaar uitgebreider. Maar waar we in de oude gids 59 soorten terugvinden, waarvan 56 ook de eer hebben om afgebeeld te worden. Zie ik dat in mijn nieuwe exemplaar dat het gaat om 56 soorten en 50 afbeeldingen.
Na een wat nader ‘onderzoek’ blijkt er wat geschoven te zijn tussen de mogelijk ontsnapte soorten en kregen sommige zelfs een plaatsje in de vogelgids zelf of verhuisden ze van de vogelgids naar de sectie dwaalgasten. Zoals de halsbandparkiet.

Conclusie:

Voor alle duidelijkheid. Deze blogpost is geen onderbouwde en minutieus uitgewerkte boekbespreking. Maar slechts een registratie van een snelle blik door een geweldige vogelgids. Want hierover bestaat geen twijfel, deze nieuwe uitgave is een stevige aanrader. Wie nog op zoek is naar een goede vogelgids. zoek niet verder! Dit is de beste keuze.
Heb je die keuze al gemaakt, maar loop je, net zoals ik tot gisteren, met een oude versie rond. Zeker aanschaffen. Dit boek hoort thuis bij elke vogelkijker die zijn soorten wil (leren) herkennen in het veld.
Niet in de boekenkast, maar als noodzakelijke bagage bij elk van je uitstappen.

Batumi rocks! (9)

Dag 8: Extraatje

(zondag 11/9/2022)

Normaal zat onze reis er nu op. Zondagavond zou ik terug in mijn eigen bedje liggen. Maar dat was zonder onze luchtvaartmaatschappij gerekend. Onze vlucht werd gecanceld omdat de piloot het toestel op een andere luchthaven aan de grond had gezet. De reden is ons nog steeds niet bekend.
Om een lang verhaal (want dat was het) kort te maken. Wij kregen een extra dag in Batumi en een stevige terugreis (dinsdagmiddag stond ik terug voor mijn eigen huisje). Nigel vulde deze perfect op met een portie Georgische geschiedenis en cultuur.

Met onze cultuurgids Nigel wat kerken meepikken
Museumpje met kunst met een grote K, maar soms ook een kleine
Toch nog wat (stoffige) vogels op ons menu
140 op onze lijst

We sloten onze extra dag echter niet af, zonder nog een paar soorten mee te pikken. Op een vijver met dobberende waterfietsen in de vorm van zwanen, midden in de stad, kon Gert (wie anders) nog twee soorten spotten: casarca en wilde eend.
Op die manier sloten we onze geweldige reis af met het ronde aantal gespotte soorten van 140.

Nummer 139 en 140 van onze lijst broederlijk samen
Zonder een tapuit kregen we onze dag niet om

Conclusie van mijn verslag: Batumi is een ‘must see’ voor elke vogelkijker, zeker als je een fan bent van roofvogels of trektellingen. Weet wel dat je nooit nog een goede dag op jouw telpost zal hebben. Dit evenaren is in ons vogelarme landje totaal onmogelijk. Batumi rocks!

Onze geweldige groep

Erratum

Om mijn verslag af te sluiten wil ik toch een paar te vermelden feitjes toevoegen:

Cha-cha

Bijna elke avond na het eten stond onze gastheer met een fles in zijn handen aan onze tafel. Hij ging dan kwistig rond met de door hem zelf gestookte ‘cha-cha’. Een niet te definiëren brouwsel met een enorm alcoholgehalte. Zelf ben ik geen fan van sterke drank. Dus ik liet dit meestal aan mij voorbij gaan. Toen ik toch eens moest meedrinken (de laatste avond), werd ik toch geen fan. Niet te zuipen.
De laatste avond – in ons guesthouse dan toch – belandde de ganse groep in de stookkelder. Daar werden de glaasjes meermaals gevuld en geledigd. Waardoor de sfeer naar ongekende hoogtes steeg.

The Nigel-ride

Tijdens onze wandeling in het nationale park liet Nigel zich verleiden tot een tochtje langs de ‘zip-line’. Voor een stevige prijs zweefde hij – voor zo ver dat Nigel dat kon – sierlijk naar het dal. Wij keken hem al lachend na en dachten dat hij zich had laten bedotten door de plaatselijke ondernemers die dit fenomeen hadden gebouwd. Maar al gauw moesten we onze mening herzien. Het laatste stuk tot aan de parking bleek een glibberige en vervaarlijke afdaling waar gelukkig iedereen zonder kleerscheuren door geraakte. Nigel wachtte ons beneden met een brede glimlach op. De slimmerd.

De mysterieuze knuffel

In de woonkamer, want daar zaten we voor elke maaltijd, zat een grote knuffel in de hoek van een salon. De ganse week lang werd er door Nigel en mij gedebatteerd of het nu om een beer of een konijn ging. De laatste avond stelden wij daarom aan Davit de verlossende vraag: ‘is die knuffel een beer of een konijn?’. Zijn antwoord was schitterend. Het bleek een cadeau dat hij een paar maanden geleden kocht voor zijn huidige vrouw om punten te scoren. Maar dat was niet echt gelukt, want, om het met de woorden van Davit te zeggen: ‘I wanted to buy here a bear, but it turned out te be a rabbit’

Voetlopers

Dat het verkeer in Georgië hectisch is, is een stevig understatement. Het is chaotisch en gevaarlijk. Naast een heleboel gekke chauffeurs, kom je om de haverklap loslopende koeien tegen. Vaak midden op de weg. Maar dat is niet alles: wat gedacht van een stratenveger – rustig met zijn bezem vegend – tegen de betonnen afsluiting in het midden van de autostrade. Witte lijnen worden gezien als decoratie en ik denk dat er niemand aan de inwoners heeft verteld dat die ronde borden met een cijfer er op de maximumsnelheid aangeeft.
Gelukkig hadden we een goede chauffeur die dit circus kende, want zelf hier rijden zie ik alvast niet zitten.
Ze maakten zelfs eigen verkeersborden, zoals dit op de foto. Het waarschuwt voor overlopende voetgangers. Of is het om die overstekers te waarschuwen dat ze dit hier best niet op hun gemakje doen?

Rode lijst-soort

Hij bestaat! De Georgische vogelkijker. Wij vonden een zeldzaam exemplaar op de telpost, Alex. Deze vriendelijke Georgiër stond er bijna elke dag (toch de dagen dat wij er waren) en was enorm enthousiast bij elke soort die overvloog. Hem in actie zien was een genot en een genoegen. Hopelijk ruilen meer van zijn landgenoten de komende jaren hun jachtgeweer voor een verrrekijker.

Piece of cake

Het was voor zowel Gert als mijzelf onze eerste georganiseerde reis met ‘onbekenden’. Je moet natuurlijk de sfeer in de groep deels zelf maken, maar deze groep was echt een genot om mee op pad te zijn.
We kozen voor het eerst om te boeken via Starling Reizen. Hoewel het om een stevige kostprijs ging, zeker met de vliegtuigtickets erbij, bleken we toch heel veel waar voor ons geld te krijgen.
Alles was tot in de puntjes geregeld. De kwaliteit van het verblijf was prima en het eten subliem. Onze gids was een voltreffer.
Onze gastvrouw verraste ons tijdens ons laatste avondmaal met een mooie taart waar ze haar binding met Starling duidelijk mee liet blijken. Het feit dat ik ruim 1/3de van deze taart naar binnen speelde is een te verwaarlozen detail.
Om onze organisators een pluim te geven – voor een vogelreis een passende woordkeuze – sluit ik graag af met een verwijzing naar hun website en de boodschap dat je met deze organisatie – voor zo ver ik het kan beoordelen – een prima keuze maakt. De volgende trip van Gert en mijzelf is trouwens al gekozen.
https://www.starlingreizen.be/home/


Batumi rocks! (8)

Dag 7: Station two

(zaterdag 10/9/2022)

Onze laatste dag in Batumi. Bestemming was telpost twee. Een stukje rijden en – volgens onze waarschuwingen van de gids – een stevige klim van zeker een half uur. Gezien mijn ‘geweldige’ conditie keek ik er een beetje tegen op. In mijn hoofd had ik mij dan ook voorbereid op een vermoeiende tocht met de nodige spierpijn in de kuiten achteraf. Maar dat was zonder onze prima chauffeur gerekend. Davit had blijkbaar een ander scenario in gedachten en reed vlotjes tot vlakbij de telpost. De vervaarlijke tocht bleek een flauw afgietsel van een paar honderd meter tot op de telpost. Onderweg lag er ook nog eens een cafeetje met een terras (je moet dit bekijken naar Georgische normen), waar wij dan ook post vatten om de voorbijzeilende roofvogels te bekijken. Ik had met deze verrassende wending totaal geen probleem. Mijn kuiten nog veel minder.

Station 2: meer basic
Luxe met een terraske iets lager dan de telpost
Opnieuw lazy birding

De grote aantallen waren voorbij, maar toch was de spektakelwaarde nog zeer hoog. Bellen genoeg, iets verder nu en met wat minder stromen, en vooral de zwarte wouwen deden nu hun best. Een mooie adulte aasgier kwam nog bij op onze soortenlijst, alsook een zekere steppekiekendief. Wat een prachtig beest trouwens!

Zwarte wouw, ze waren nog niet op
Idem voor de wespendieven

Toen de trek zo goed als stil viel werd besloten om nog een laatste rit te maken naar nationaal park Mtirale. Een ruw bosgebied in de bergen. Het werd een lange en kronkelige rit langs een wilde rivier. Het bezoekbare gedeelte van dit natuurgebied bleek eerder een pretpark dan een nationaal park. Ritjes met quads en paarden, stalen kabels tussen de bomen (waar Nigel niet aan kon weerstaan), terrasjes, hotels en barretjes in overvloed. Gelukkig dat een groot deel van deze natuur ontoegankelijk is wegens haar stijle en ruwe hellingen.

Een stop een een paar bruggetjes leverde nog een paar bijkomende soorten op voor onze triplijst: waterspreeuw en grote gele kwikstaart.

Originele oversteek

Zicht op het nationale park

De ideale biotoop voor waterspreeuw

Ons laatste avondmaal (dachten we toen nog…)

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 8 – Extraatje’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (7)

Dag 6: Afval met vogels

(vrijdag 9/9/2022)

Nog nagenietend van een topdag was onze volgende bestemming Poti. Een andere monding, deze keer wel een echte delta, wat meer noordelijk langs de kust. Ons busje zette ons af op een proper strand. Maar de rest van deze zanderige landtong was minder proper. Een berg afval was duidelijk afkomstig van dat opgeruimde stukje strand, bedoeld voor de ‘echte’ toeristen.

Vertrekken op wat een proper strand lijkt
Om even later door het afval te struinen

Maar ook hier weer veel vogels. Tussen de plastieken verpakkingen en flessen vonden we veel trekvogels. Piepers en leeuweriken trokken zich bitter weinig aan van die rotzooi. We stootten zelfs een griel op. De aanwijzingen om deze, nadat ze terug was gaan zitten, in je telescoopbeeld te krijgen waren opnieuw hallucinant. ‘Ze zit vlak voor een rode plastieken fles’, ‘ik zie twee rode flessen, welke is het?’, ‘die naast die hoop met een helgele plastieken zak er in’, ‘ok, zie ze zitten’. Check, griel.

Krombekstrandloper
Drieteentjes en krombekken
Tja…
De wonderlijke visvangst van ons avondmaal
Raar beestje, zandoorworm

Een overvliegend smelleken dikte onze soortenlijst nog aan. Zo ook een mooie duinpieper. Op het uiteinde van deze landtong zaten heel wat steltjes, sternen en meeuwen. Waaronder dunbekmeeuw en de alomtegenwoordige geelpootmeeuw.

Ons middagmaal werd verorberd aan een meer dat deel uitmaakte van een nationaal park waarvan ik de naam ten eerste niet kon lezen op de wegwijzer, laat staan onthouden. Maar een korte wandeling leverde wel een prachtige waarneming op van een groepje hoppen, armeense meeuw en een roodmus. Die laatste heb ik jammer genoeg niet zelf gezien.

Middagmaal met een ‘view’
Citroenkwikstaart

Armeense en dunbekmeeuw in een plaatje
Ook de varkens zijn hier vrije vogels
Goed gewerkt, terug naar ons guesthouse

De rest van de dag was het gewoon wat chillen op ons terras. De overdosis aan vogels van de laatste dagen moesten we duidelijk even verwerken.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 7 – Station Two’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (6)

Dag 5: Ontploft

(donderdag 8/9/2022)

Onze klim naar de telpost begon goed. In ons eerste bosje hoorde Bas een groene fitis. Het bleken er meerdere. Ik kon zo deze soort ook netjes afvinken. Aangekomen op de telpost bleek het weer ons gunstig gezind. Droog met een mooi bewolkte hemel. De ideale omstandigheden om vogels te ontdekken. Dadelijk konden we een stroom van bruine kiekendieven bekijken die over de zee migreerden. Het was duidelijk dat heel wat vogels aan het wachten waren op de gunstige omstandigheden om hun trek verder te zetten. En dan ontplofte het gewoon!

Ochtendlicht over de bergen, de voorbode van een waanzinnige dag

Een constante stroom van wespendieven. Overal aan de horizon doken grote zuilen met roofvogels op. Voor onze ogen vormden zich ook draaikolken met rovers. Een mengeling van wespendieven en zwarte wouwen. Soms ver weg, maar ook vaak mooi dichtbij. De klikkers van de tellers draaiden overuren en liepen warm. Dit tellen leek ons een onmogelijke opdracht, maar de rust die te tellers uitstraalden en hun zelfzekere communicatie bewezen het tegendeel. het protocol werkte. Groepen witte ooievaars en af en toe in een bel  mee thermiekende zwarte ooievaars waren leuke afwisselingen in de enorme stroom wespendieven. De door Bas mogelijke voorspelde ‘enkele’ arenden bleken er heel wat meer. Tegen de middag werd de groep enthousiast van de eerste dwergarend die mooi over ons hoofd vloog. Een bleke fase, dus vlot te herkennen. Maar ze bleven komen. Uiteindelijk werden het er meer dan 440. Soms in groepjes van vijf om meer samen. Maar ook andere soorten hadden besloten om hun reis verder te zetten. Meerdere slangenarenden waarvan een paar mooi dichtbij, twee zeearenden, schreeuwarend, balkan- en gewone sperwers, boomvalken, slechtvalk en een mooi aantal kiekendieven.

Overal roofvogels, een ganse dag lang!
Zeearend
Groep doortrekkende ooievaars
Een van de vele dwergarenden
We wisten niet waar we eerst moesten kijken
Omvergeblazen!

In totaal passeerden er op beide telposten samen meer dan 147.000 wespendieven. Het dagtotaal werd afgesloten op ruim 166.000 vogels!

Dat een groepje kraanvogels, waardoor iedereen op de telpost toch even opveerde, als onzekere jufferkranen werd genoteerd was een detail. Wat een spektakel! Onze gids had de juiste keuze gemaakt. Wij waren getuige van een van de beste teldagen in Batumi (2de hoogste aantal wespendieven op een dag sinds start tellingen). Onvergetelijk!

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 6 – Afval met vogels’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (5)

Dag 4: Overdosis

(woensdag 7/9/2022)

’s Morgens stonden we voor een dilemma. Naar de telpost, want de stroom roofvogels zat nog vers in ons geheugen? Of toch weer naar de delta? De voorspelde buien gaven de doorslag. We reden terug richting delta. Daar bleek al gauw dat die buien eigenlijk onderschat waren. Striemende regen en een stevige wind zorgden er voor dat we het eerste uur vogels konden kijken vanuit ons busje. De delta liep deze keer vol met jagers. Veel jagers, veel regen, maar nadien bleek ook, heel veel vogels.

Uitgeregende jagers
Een bootje was beter geweest

Opnieuw had de nachtelijke regen gezorgd voor een zogenaamde ‘fall’. Het fenomeen waar alle voorbijtrekkende vogels door omstandigheden, meestal het weer, hun trektocht stoppen en beslissen om te gaan zitten. Vaak langs een kustlijn, want bij slecht weer over een grote plas water vliegen is geen goed idee.

Na de regen kwam de ‘fall’

De regen stopte en de jagers dropen stilaan uitgeregend af. Wij begonnen aan een wonderlijke wandeling. Het krioelde in de bosjes langs de kustlijn van de vogels. In elke struik niet een, maar groepjes grauwe klauwieren. De lucht hing vol met kortteenleeuweriken, maar ook vluchten ortolanen. Nooit gezien! Tapuiten op elke steen, paapjes op elk takje. Het was gewoon niet te overzien. Bas haalde er een blonde tapuit uit. Zelf vond ik mijn wenssoort voor die dag: een juveniele roze spreeuw. Eindelijk zag ik een isabeltapuit. Hiervoor had ik al honderden tapuiten bekeken, maar Bas verloste mij uit mijn lijden.

Aan de mondig vloog een groepje witvleugelsternen met daartussen een paar oogverblindende adulte beestjes. Hoe mooi kan een zwart-wit contrast zijn! Ralreigers op de oever, drieteenstrandlopers en steenlopertjes in de branding met daartussen kleine strandlopers bij de vleet. Meerdere kleine klapeksters waarvan eentje op minder dan 10 meter mooi poserend tot jolijt van onze fotografen van dienst. Om dan de dag af te ronden met een mooi vrouwtje citroenkwikstaart. Wat een weelde!

Kleine strandloper
Blonde tapuit, adult vrouwtje

Kleine klapekster
Tapuit, een van de vele
Grasmus
Izabeltapuit, eindelijk!

’s Avonds zaten we echter met een dubbel gevoel. Op de telpost waren er, ondanks het slechte weer, een massa roofvogels doorgetrokken. De teller stond op net geen 100.000 vogels volgens de website. Bas, onze gids, zat een beetje in zak en as. Enerzijds hadden we een topdag in de delta, maar mogelijk hadden we de beste dag van de week, misschien zelfs van het telseizoen op de telpost gemist. De bestemming voor de volgende dag lag dan ook snel vast: ‘Station one, here we come’.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 5 – Ontploft’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (4)

Dag 3: Druk in het stadpark

(dinsdag 6/9/2022)

De dag begon zoals hij geëindigd was, met regen. De groep (deels, want de eerste slachtoffers van het lekkere eten dat blijkbaar een stimulans was voor de sluitspieren waren al een feit) ging opnieuw op pad. Bestemming was het stadspark van Batumi. De naam was een zware overschatting van een schamele groene zone met een korte grasmat met hier en daar wat bomen en struiken. Gevolgd door een kale strook met dennen in het verlengde van de kust. Niet echt de keuze die je zou verwachten als leek in het vogels kijken. Maar onze gids en ook wij wisten beter. Dit was de enige plek voor een doortrekkende vogel om te gaan schuilen. Iets wat de voorbije nacht zeker de enige optie was, want het had de ganse nacht oude wijven geregend. Stortbuien en stevige wind. Hier moesten veel vogels zitten. Wat ook zo was.

Nachtzwaluw, dwergooruil, draailhalzen, noordse nachtegaal en massa’s zangvogels. De gekraagde roodstaarten en de grauwe klauwieren zaten als het ware schouder tegen schouder in de weinige struiken en boompjes die er nog stonden. Verrassing van de dag (en misschien wel van de reis) was een opgestoten kwartelkoning op het gazon. De regenbuien deerden ons niet. Elke struik en elke boom zat vol met vogels. Wat een feest! En dan moest het topmoment van de dag nog komen.

Nachtzwaluwen in dagmodus, soezen op een tak.
Dwergooruil, nieuwe lifer voor mij.
Ook hier overal grauwe klauwieren
Draaihals, nat op een omheining
Schuilen samen met ‘onze’ zwerfhond

Na weer een stevige bui en een tijdje schuilen onder weer een ander afdakje besloten we om terug te keren naar ons verblijf. Tijdens de rit omhoog merkten we, vanuit ons busje, dat er toch wel veel beweging was in de vallei. Tussen de bomen en huizen door zagen we regelmatig roofvogels vliegen. Van een maaltijd kwam weinig in huis. Want vanaf ons balkon waren we getuige van een waar spektakel. Vlak voor ons trokken honderden, neen duizenden, roofvogels voorbij. De laaghangende wolken in de bergen dreef hen de vallei in. Op ooghoogte konden we wespendieven bewonderen in vol ornaat. Alle kenmerken om de leeftijden en het geslacht te bepalen (die Bas ons al tijdens een presentatie had getoond) konden we hier live bekijken. Je had het gevoel dat je de vogels als het ware kon aanraken. Voor onze ogen zagen we de stroom veranderen in een zuil van roofvogels die op een voor ons onbekend punt dan weer veranderde in een nieuwe stroom. De zwarte wouwen waren ook van de partij. Afgewisseld met een net onder ons balkon voorbij cirkelende steppebuizerd. Elke kiekendief die verscheen werd door Bas (een hariers-fan) enthousiast onthaald en op soort gedetermineerd.
De kenmerken lagen dan ook voor het grijpen. De vijf visarenden die voorbij trokken namen we er graag bij. Een onwezenlijk schouwspel dat nog heel lang op mijn netvlies gaat blijven staan.

In wolken gehulde bergen, een gelukje voor ons
Nieuw voor mij: balkon-birding
Wespendief in de wolken
Een van de vele zwarte wouwen
Rovers, rovers en nog eens rovers!

Die dag, met toch nog regelmatig regen en veel wolken, telde men op ‘Station one’ meer dan 36.000 wespendieven. Waarvan denkelijk een groot deel langs ons balkon passeerde.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 4 – Overdosis’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (3)

Dag 2: Turkse tuinbewoners

(maandag 5/9/2022)

We begonnen er vroeg aan met een uitgebreid ontbijt. Na onze ervaring met het avondeten van de dag ervoor was de trend gezet wat eten betreft. We kregen een waar feestbuffet op tafel. Mijn voornemen om wat kilootjes kwijt te raken werd dan ook een weekje opgeschoven, minstens.

Een rijkelijk gevulde tafel,… elke dag.

Het weer bleef stabiel, regen dus. Maar de keuze tussen een powerpoint bekijken binnen of toch naar de telpost wandelen was snel gemaakt. De nog natte regenkledij werd terug aangetrokken en we begonnen aan onze eerste klim naar ‘Station one’. Net voor we aan die tocht begonnen vond Gert nog twee ortolanen in een fruitboompje. Onze eersten, maar zeker niet de laatste van deze reis.

Ortolanen in de fruitboom

Deze telpost lag op dezelfde berg als ons guesthouse. Dus gewoon wat hoger klimmen. Maar het bleek een stevige tocht met als toetje een reeks steile trapjes. De telpost zelf was, dankzij de Georgische overheid, mooi ingericht met een gebouw waar de tellers comfortabel konden staan, zelfs schuilen bij slecht weer. Met boven op de telpost een mooi groot platform voor de bezoekers, wij dus. Het uitzicht was natuurlijk spectaculair. Hoewel de regenwolken op dat moment regelmatig spelbrekers waren.

Op weg naar de telpost
De telpost, zelfs bij regen tellen ze door.
Stoere kerels die tellers

Toch kregen wij al een voorsmaakje van de fenomenale trek die hier passeert. Een aantal mooie bellen (zij noemen het ‘kettels’) met wespendieven en regelmatig een stroompje doortrekkende zwarte wouwen. Wij genoten van dit spektakel, maar hadden op dat moment totaal nog geen besef dat dit slecht een fractie was van wat ons nog te wachten stond. In het bosje achter de telpost vond de groep onze eerste groene fitis. Jammer genoeg zonder dat ik erbij was. Daarna gingen de hemelsluizen opnieuw open. De vallei stroomde vol met dikke wolken en de telling zat er op. Na een tijdje wachten besloten we dan toch maar door de regen naar beneden te wandelen. De kennismaking met ‘Station one’ en de Raptor Count zat er op.

Alles wordt netjes bijgehouden
Groene fitis in het vizier
Tevergeefs wachten tot de bui voorbij is

Na een korte lunch reden we richting de botanische tuin. De regen was wat geminderd en had plaats gemaakt voor een verfrissende ‘drizzel’. Want de temperatuur bleef wel lekker aangenaam. Onze doelsoort was turkse boomklever. In deze groene long van Batumi zou een kleine populatie rondkleven. Het bewijs werd een half uurtje later geleverd, toen we naar dit prachtige vogeltje zaten te kijken. Hangend aan de onderzijde van een tak. De rest van de wandeling door deze mooie tuin met een prachtige verzameling van inheemse, maar ook exemplaren uit verdere oorden, bomen werd opgefleurd door alomtegenwoordige grauwe vliegenvangers, heel wat gekraagde roodstaarten. Die hop en boomvalk namen we er graag bij.

Vogels zoeken in de botanische tuin

Een van de vele grauwe vliegenvangers

Een gewonde en uitgeregende kiekendief

Het moeten niet altijd vogels zijn, tijgerspin

Zicht op ons guesthouse vanaf de telpost

Batumi city vanaf de achterzijde van de telpost

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 3 – Druk in het stadspark’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (2)

Dag 1: Schuilen in de Delta

(zondag 4/9/2022)

De eerste morgen viel de regen al met bakken uit de hemel. Maar binnen blijven was geen optie. Wij waren daar om vogels te zien, dus werd de regenkledij uit de koffers gehaald en reden we samen met onze gids Bas naar de Delta.
De dag begon met een halfuurtje schuilen onder een afdakje van wat blijkbaar een winkeltje was aan een vrachtwagenparking.
De kris-kras door elkaar geparkeerde tientonners waren het bewijs hiervan. Toen de regen wat minderde gingen we op pad. Slecht ingeschat, want nog geen halfuur later kregen we weer een stortbui cadeau en was iedereen doornat. Ons lot van de komende dagen.

Elke kiekendief kreeg de nodige aandacht

Maar door die regenbuien gingen ook alle vogels die voorbijtrokken naar de grond. De soortenlijst ging in een sneltreintempo omhoog. Sperwergrasmus mooi open, zelfde zicht op een noordse nachtegaal. Maar ook voorbijvliegende kiekendieven, overal grauwe klauwieren, bijeneters, scharrelaars. Een mooie vlucht kortteenleeuweriken, die ook nog even netjes vlak voor ons gingen zitten om ze nog eens goed te kunnen bekijken. Kortom, vogels in overvloed.

Dit in een van de weinige groene zones vlak bij de stad. Als je denkt dat wij genoten van een prachtig natuurgebied, dan moet ik dit even beter plaatsen. Inderdaad, veel struiken en boompjes en massa braamkoepels waar elke doortrekker graag even in komt verpozen. Maar daartussen ligt een massa zwerfvuil. Afgewisseld met regelmatig een meneer met een geweer. De jacht is er blijkbaar verboden, maar geen (jacht)hond die er zich wat van aantrekt. Het loopt er vol met plezierjagers. Een fenomeen dat je er maar moet bijnemen, maar dat gelukkig langzaam maar zeker afneemt. Het zit jammer genoeg nog ingebakken in hun cultuur. Maar als je dat vuil en die jagers wegdenkt, dan loop je door een prachtig natuurgebied. Verstand op nul en vogels spotten!

Aangekomen aan de delta die een monding bleek

Gelukkig was onze trouwe chauffeur zo slim geweest om met het busje al tot aan de kust van de Zwarte Zee te rijden. Zo konden we ons lunchpakket opeten zonder dat ons doosje vol regende. Want de volgende stortbui was een feit.
Na ons middagmaal wandelden we langs de kust tot aan de monding (onze gids noemde het een delta, iets wat onze grappigste reisgenoot en kerstmanlook-a-like Nigel ten stelligste tegensprak). Onderweg – in de bosjes met vooral duindoorn langs het keienstrand – opnieuw heel veel vogels. Kleine klapekster was een van de leuke vondsten. Maar een groepje dartelende dolfijnen kregen ook onze aandacht. Welke soort het juist was blijft een vraag. Er waren zeker tuimelaars bij. Aan de monding werden we getrakteerd op een geweldige waarneming van een juveniel woudaapje. Ook een grote karekiet liet zich schitterend bewonderen. Maar de mooiste waarneming op die plek was zonder twijfel een tweetal breedbekstrandlopers die heel dichtbij op het slib kwamen foerageren. Ze vinden was makkelijk. ‘Ze zitten vlak voor die blok piepschuim’ was de boodschap van onze gids Bas.

Het fotogenieke woudaapje

Steltkluutjes

Breedbekjes en piepschuim

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 2 – Turkse tuinbewoners’

Foto’s: Jan Pelckmans

Batumi rocks! (1)

Uitstel is geen afstel

We gaan even terug naar het najaar van 2019. Op dat moment boekten Gert en ik een reis naar Batumi Georgië. Maar een ambetant beestje stak er een stokje tussen. Dus staan onze koffers pas klaar in september 2022. Bijna drie jaar na data.
De verwachtingen zijn hoog gespannen. Want een blik op de resultaten van trektellen.nl en de vele foto’s en filmpjes die we ondertussen al op internet bekeken hebben met een lucht gevuld met roofvogels schetsen een beeld dat wij wel eens live willen zien.
Maar er is ook een domper. De weersvoorspellingen zijn alles behalve goed. Vanaf zaterdag, onze vertrekdag, tot woensdag voorspellen ze regen, veel regen. Dus met gemengde gevoelens leg ik mijn koffers in de auto van Gert. Klaar voor een magische reis. Want die regen, bleek achteraf een echte zegen.

Lazy birding in Batumi

Bottleneck

Batumi is een plek waar elke roofvogelfanaat naartoe wil. Deze Georgische stad ligt pal op een kruispunt van trekroutes van het oostelijke deel van Europa en Rusland. Elke roofvogels die op reis wil naar zijn overwinteringsgebied moet als het ware daar passeren. Het waren een aantal Belgen die dit fenomeen tijdens een gewone reis ontdekten en er systematisch alle overtrekkende roofvogels begonnen te tellen. Dit was de start van een ambitieus en ondertussen gekend project BRC (Batumi Raptor Count).
Op twee vaste telposten en met een strikt protocol komen tientallen vrijwilligers elk jaar meetellen. De resultaten leveren enorm interessante en belangrijke info op voor de wetenschap. En wij konden een weekje of toch minstens een paar dagen deel uitmaken van dit verhaal.

Volg ons avontuur op mijn blog. Dag per dag.
Next post: ‘Dag 1 – Schuilen in de delta’


NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about well-being and wildlife, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research

Verwonderhoekje

Een blog vol verwondering