An American in Doel

Als een Amerikaanse gast de moeite doet om al vliegend – of mogelijk per boot – ons landje aan te doen, dan is het toch gewoon uit beleefdheid dat je hem een bezoekje gaat brengen.

289

Daarom reden Gert, Lucas en ikzelf op een zondagmorgen richting de Antwerpse haven om net op Oost-Vlaamse bodem deze dwaalgast eens nader te gaan bekijken.
Hij – want dat was dankzij de liedjes die hij regelmatig ten gehore bracht al een uitgemaakte zaak – zat netjes op de afgesproken plek. We konden zijn deuntje al horen toen we nog maar net uit de auto waren gestapt. Even later stond ik door mijn telescoop naar een mooie zanggors te turen, mijn 289ste soort op Belgische bodem en weer een nieuwe ‘lifer’ erbij. Niet dat dit het doel is (grappig, terwijl ik pas in Doel stond), maar gewoon leuk om de score bij te houden. Zo zag ik dat Lucas, een jonge en gedreven vogelkijker, al op 255 soorten stond. Maar zijn ‘drive’ zit dan ook een stuk hoger dan die van mijzelf. Ik plan mijn trips om ‘al twitchend’ vogels te gaan kijken een paar keer per maand. Lucas zit nog in de fase dat hij een nieuwe soort zo snel mogelijk wil scoren, vermoed ik. Been there, done that.

Mooie foto van de zanggors door Lucas Bollingh

Sparrow

Een zanggors is een – in Amerika – veel voorkomende soort en een van de vertegenwoordigers van de ‘sparrows’, zoals ze ze daar noemen. Als je hem goed bekijkt zie je duidelijk dat hij tot de gorsachtige behoort. Maar het is een aparte familie. Voor België was het de tweede waarneming ooit. Voor onze noorderburen ook. want het diertje zat echt op de grens. Zo vloog hij, nadat wij hem mooi hadden kunnen bekijken, netjes naar een tuin op Nederlands grondgebied. Druk achtervolgd door een horde – zonder twijfel – Nederlanders, die hem maar wat graag op hun lijstje wilden bijschrijven. Hun Nederlandse lijstje. Denkelijk zaten er ook een paar bij die zich in de fase van Lucas bevonden. Grappig om te zien.

Draulanse polders

Aangezien we nu toch in de buurt waren vulden we de rest van de dag met een rondrit naar de prachtige natuurgebieden in de buurt. Wij noemen ze voor alle gemak de Draulanse polders, aangezien deze gekende en beruchte bioloog en reporter daar in de buurt woont en vaak ‘zijn’ natuurgebieden met de nodige bewierookte bewoordingen op papier zet. Terecht, zo bleek. We reden van de ene verbazing naar de volgende. Met in totaal 64 soorten op ons lijstje keerden we in de late namiddag tevreden terug naar onze Limburgse heimat. Een geslaagde uitstap met de zanggors als muzikaal en geslaagd hoogtepunt.

Nog een mooi beeld van de zanggors in een Nederlandse heg
Een ijslandse grutto, ook op visite
Een Doelse ransuil
Mogelijk een van de door Draulans beschreven lepelaars

Foto’s: Lucas Bollingh

Antwerpse watertjes

Onze eerste trip voor de Challenge zit er op. Omgeving Antwerpen met een daglijst van 64 soorten, waarvan zes zeldzame gasten. Voor mijzelf dan ook nog eens twee nieuwe Belgen. Wat een blitz-start.

De voorbereiding bleek het halve werk. Gert had op waarneming.be een mooi palet van leuke soorten geselecteerd die allemaal wat bij elkaar in de buurt waren gezien. Maar het is toch altijd afwachten wat er kan gevonden worden of toch nog onverwacht opduikt.

Ringsnavelmeeuw

We begonnen bij een ringsnavelmeeuw die al een hele tijd op ongeveer dezelfde plaats pleisterde. Een makkie? Niet echt. Want op de plas waar ze vaak werd gezien bleek ze alvast niet aanwezig. Dus reden we verder naar de weides waar ze graag kwam foerageren. Een paar stormmeeuwen zorgden voor wat opwinding. Maar al gauw hadden we door dat dit niet onze ringsnavel was. Na even wachten en zoeken vloog onze doelsoort gewoon over ons hoofd om in de weide te landen. Zeker zijn dat het om de gemelde vogel ging was hier niet moeilijk. Deze ringsnavelmeeuw droeg een zender op de rug – die we al in de vlucht zagen – en een kleurring. Voor mij een soort die ik nog nooit zag in België.

Ringsnavelmeeuw – adult

Humes bladkoning

De volgende opdracht was een ander paar mouwen. In een woonwijk was een humes bladkoning gezien. Ook deze zat er al even. Maar hij hield zich schuil in een paar grote sparren op een onbebouwd perceel dat enkel vanaf de straatzijde kon bekeken worden. Horen deden we deze dwerg al gauw. Maar hem zien dat was een kwestie van veel omhoog kijken en vooral veel geluk hebben. Uiteindelijk konden we hem alle vier even goed bekijken. Mijn tweede Belg voor de dag. Voor mij was het op dat moment al een geslaagde uitstap. Deze tekst blijft fotoloos, zo een ADHD-vogeltje in een donkere spar op de gevoelige plaat zetten was voor ons een onmogelijke opdracht.

Roodhalsfuut

Op naar de volgende. Bestemming was de Kuifeend, niet de watervogel, maar het natuurgebied. Vlakbij de haven van Antwerpen. Daar was een krooneend gezien. Een soort die we nog niet allemaal op ons lijstje hadden. Onze speurtocht vanuit verschillende kijkhutten of -wanden leverde deze soort niet op. Wel kreeg onze daglijst een stevige boost. Bijna elke eend die ons landje rijk is passeerde de revue. Maar geen enkele droeg een kroontje.
Dus ging het richting een volgende grote plas. Blijkbaar een populaire plaats voor sportduikers. Want de parking stond vol met bestelwagens met daarin duikmateriaal en overal kwamen we mannen in waadpakken tegen. Blijkbaar is dit ook vooral een mannenwereld. Maar we lieten ons niet afleiden en gingen op zoek naar een volgende zeldzame gast, de roodhalsfuut. In eerste instantie was hij of zij nergens te bespeuren. Tot plots bleek dat deze beauty al de hele tijd in een hoekje van de plas vlak achter ons zat te dobberen. We kregen deze prachtige fuut zeer mooi te zien. Zelfs met een extra soort als bonus, een dikke baars die na een duikje in zijn snavel spartelde. Blijkbaar ook een fan van het betere duikwerk.

Roodhalsfuut met zijn middagmaal (Foto Ronny Meekers)

Wilde of kleine

Na een snelle hap – de frituren in Vlaanderen gaan extra omzet draaien dankzij ons plan – stond de volgende soort op het menu. Volgens ons lijstje een groep wilde zwanen. Maar toen we naar de groep zaten te kijken, die we opnieuw vrij vlot konden vinden, bleek die gele vlek op de snavel toch wel wat klein voor een wilde. Na wat debateren ging deze groep als kleine zwanen onze notulen in. Iets minder zeldzaam dan de wilde, maar zeker niet minder aantrekkelijk. Zwanen blijven magische wezens.

Adulte en tweede jaars kleine zwaan

Escape

Daarna was het even onderhandelen of we er nog een bezoekje bij deden. Eigenlijk geen lange discussie, want er was daar in de buurt die dag nog een leuke soort gezien. Denkelijk wel geen wilde vogel – watervogels van verre oorden krijgen in Vlaanderen zelden de stempel wild – maar daarom niet minder attractief. Het ging om een vrouwtje korkadezaagbek. Een wat vreemde snuiter met een gekke kuif. De mannetjes nog meer opvallend dan dit wat ‘saaiere’ vrouwtje. Voor elk van ons een nieuwe Belg, maar eentje die niet op onze lijst komt. Want de regel is, escapes tellen niet mee. Maar zijn wel leuk.

Vrouwtje korkadezaagbek

Stand op 13 februari 2022:

Soorten (door iemand van ons) gezien: 294 (+4)
Complete soorten (door ons alle drie gezien in België): 176 (+8)

Mijn Belgische lijst: 288 (+3)

De uitdaging

Om 5u00 uit mijn bed om dan 2u30 samen met Gert A. en Pierre V . richting kust te rijden. Dat was al even geleden. Maar wel een echte openbaring. Door het slechte weer en daardoor zo goed als geen verkeer stonden we een uur te vroeg op onze eindbestemming: het staketsel in Nieuwpoort.

Al een hele tijd de plek in Vlaanderen – of zeggen we gans Europa – om een van de meest iconische en voor vogelkijkers onbereikbare soort met je eigen ogen te zien. En hoe? Op een paar meter alle details tonend. De foto’s die ik al zag voorbij komen voorspelden een waarneming van topkwaliteit. Maar eerst een warme choco…

Ross’ trigger

Iets later staan we op het staketsel en krijgen we deze sierlijke meeuw in het vizier. Een momentje op de reling zat er niet in. Maar wel regelmatig mooie vluchten boven onze hoofden. Wat een beauty! Ze lijkt wel van porselein. Terwijl ik daar sta besef ik dat zo een momentjes degene zijn waar je het als vogelkijker voor doet. Met een paar maten genieten van een soort die je nog nooit zag. Gewoon alle bewegingen en kleuren op je netvlies laten komen om een onuitwisbare indruk achter te laten. Gewoon fantastisch.
Op de terugweg bedenk ik dat ik dit wel gemist heb. Daarom dokter ik, op dat moment zonder medeweten van mijn maten, een leuk plan uit. Ik noem het in mijn hoofd ‘challenge 3×300 (ondertussen door het aanhaken van Ronny M. 4×300). Mijn doel is om met onze bende op termijn minimaal 300 soorten op onze lijst te zetten die door minstens 3 van de leden van ons informele clubje werden gezien.
Zelf neem ik de ‘boekhouding’ voor mijn rekening. Gewoonweg omdat ik dit leuk vind. Via waarnemingen.be zoek ik ieders levenslijst op van in België gezien soorten. Blijkt dat we samen 290 soorten hebben gezien, waarvan er 162 door drie van ons. Nog wel een weg te gaan denk je dan? Tja, dat is hoe je het bekijkt. Want al snel blijkt dat sommige ontbrekende puzzelstukjes er zijn omdat iemand een bepaalde soort gewoonweg nog niet heeft ingegeven op waarnemingen.be. Zelf kreeg ik ook een kleine wake-up-call omdat sommige ‘gewonere’ soorten bij mij ontbraken. Zilverplevier, dwerg- en grote stern, middelste zaagbek en blijkbaar heel wat vrij algemene zeevogels. We zullen nog eens een paar keer terug moeten naar onze kust.

Grijze gast

Dit weekend kon ik alvast een van mijn vakjes inkleuren. Poging nummer twee om de pleisterende grijze wouw in Peer te gaan bekijken. Bij een eerste poging bleef het met over deze soort te praten met andere – tevergeefs wachtende – vogelkijkers of fotografen. Iets wat mij toen en ook deze keer trouwens dadelijk opviel. Er liepen meer mensen rond met een grote toeter en een fototoestel dan mensen met een telescoop. De vogelfotografen zijn de vogelkijkers al lang voorbij gesneld. Het is dan ook verleidelijk om je waarneming te vereeuwigen op een foto. Maar zoals ik al eens eerder vertelde: wie vogels wil fotograferen kan er niet naar kijken of toch minder intensief. Zelf liet ik mij deze keer bij de grijze wouw weer maar eens betrappen op het overtreden van mijn eigen regeltje.
We waren nog maar niet uit de auto of Gert kreeg de grijze wouw al in zicht. Hem meenemen blijft een garantie om soorten sneller te ontdekken. Een gave zeker. Nadat ik hem even heel ver in de telescoop bekeek, greep ik vlak erna naar mijn fototoestel terwijl de wouw iets dichterbij kwam jagen. Net als 80% (of zelfs meer denk ik) van de mensen rondom ons. Resultaat van deze actie waren een tiental foto’s met de kwaliteit waar elke fotograaf met enige vorm van zelfrespect geen blik op wil werpen. Dat terwijl er ondertussen 1.000-den beelden op het web circuleren die stukken beter zijn. Zelfs een aantal pareltjes.

Bewijs

Daarom heb ik mij voorgenomen om vanaf nu mijn fototoestel te gebruiken waarvoor ik het gekocht heb. Topbeelden maken zit er niet in en dat is ook niet de bedoeling. Maar een foto met daarop het beestje dat ik zie herkenbaar voor anderen is wel mogelijk. Bewijsfoto’s noemen ze dat. Die heb je nodig als je ooit het immense geluk hebt om een zeldzame soort te ontdekken zonder dat er iemand anders (of te weinig anderen) hetzelfde doen. Een foto is dan de onontbeerlijke manier om te bewijzen dat je deze soort zag. De tijd dat je dit kon hard maken met een gedetailleerde beschrijving ligt al een tijdje achter ons. Geen foto is geen waarneming.
Daarnaast is het een handig instrument om bij moeilijk te determineren soorten de knoop door te hakken. Je kan zo een vogel even vast leggen om hem dan rustig te bekijken en alle kenmerken proberen op een rijtje te zetten.
Wij deden dit dit weekend met een mogelijke kuifduiker in Stokkem. De foto van de jonge vogelkijker die samen met Gert en mij naar een in de verte dobberend zwart-wit hoopje pluimen keek, bewees dit. Het beestje vertikte het om – als ik door mijn telescoop zat te turen – zijn kop uit zijn pluimen te halen. Maar met een foto kregen we de koptekening dan toch te zien en konden we op deze basis er de soort ‘kuifduiker’ op kleven. Weer zo een momentje waar we het voor doen.
Daarom zal ik mijn blogposts opleuken met topbeelden van de echte vogelfotografen. Deze keer is dat Kris Hermans.
Ondertussen hebben we 2 extra soorten kunnen toevoegen aan ons lijstje en staat de teller al op 168 ‘complete’ vogels en staan er 54 te wachten tot een van ons ze gezien heeft. De uitdaging loopt door en jij kan ze hier volgen.

Zorro-land

’t Hasselterbroek is een natuurgebied in beheer van natuurvereniging Limburgs Landschap vzw in het noorden van de provincie Belgisch Limburg. Onze doelsoort: grauwe klauwier.

We konden onze wagen parkeren op een ruime parking aan het Woutershof in Kinrooi (Grootbroekstraat). We kozen voor de blauwe wandelroute (5 km) die volgens de kaart op het infobord mooi dwars door het natuurgebied liep.

Kriebels

De lange zandweg langs de sloot leek op het eerste zicht niet te stoppen. Toch konden we onderweg genieten van een aantal leuke soorten. Zo zagen we een – bescheiden – beverdam die bewees dat deze soort hier ook zijn bouwwerkzaamheden mag ontplooien. Langs de lootkant krioelde het van weidebeekjuffers. Telkens weer ben ik gecharmeerd door deze sierlijke juffersoort. Hier lijken ze hun plekje wel gevonden te hebben.
Terwijl aan de overkant van de beek steriele maïsvelden ons nog even lieten herinneren dat we in een van de meest door landbouw gedomineerde landdelen rondliepen, kwamen we aan de andere kant van de weg een paar mooie weilandjes tegen. Open plekjes tussen de broekbossen met verspreide meidoornstruiken en braamkoepels. De ideale plek voor onze doelsoort. Maar voorlopig liet hij zich nog niet zien. Als troost begon de zoveelste geelgors aan zijn 5de symphonie. Die zitten hier nog in mooie aantallen.

Zeldzaam

Nadat we onze blauwe route langs de A-beek vervolgden en ondertussen ook konden genieten van boompiepers in zangvlucht en het aantal weidebeekjuffers in de driedubbele cijfers moest staan, zagen we onze eerste grauwe klauwier. Jawel, in een maïsveld. Een vlaamse gaai – of moet je dat vlaams weglaten? – werd verjaagd door een andere vogel. Dat moet een dappere soort zijn. Zou het onze klauwier zijn? Jawel, even laten een prachtige roodbruine flits die een haagkant indook. Om zich dan niet meer te laten zien. Hier was het opnieuw een geelgors die troost bracht. Deze keer niet enkel met een symphonie. Maar ook door mooi te wezen op een afgeknakte dode spar. Extra bonus was een zingende zomertortel, die we even later ook konden bekijken in de top van een al even dode spar. Hiervoor blijf je tegenwoordig graag even staan om dat wat beter te bekijken. Zeldzame verschijning.

Jager

We begonnen aan het laatste deel van onze route. Voorlopig zonder een goede waarnemingen van onze grauwe klauwier. Een gezinnetje wulp maakte alvast veel goed. Op een – ja, daar is het weer – maïsveld liep vader, moeder en hun twee borelingen voedsel te zoeken. De laatste tekenen van de rijkdom aan weidevogels die hier ooit rondvloog. Jammer maar helaas, zo goed als verleden tijd. Misschien dat het ooit nog – al is het maar in een afgezwakte versie – terug komt.
Met aan een zijde een dicht bos en aan de andere kant – duidelijk door de natuurvereniging beheerde – mooie hooilanden met hagen en bosjes, steeg onze alertheid weer naar een aanvaardbaar niveau. Gelukkig, want langs deze laatste weg, terug richting parkeerplaats, zat hij plots wel heel mooi te wezen. De zorro van vogelland, de grauwe klauwier, in zijn volle glorie. Zittend op een dode tak aan een constructie van de jagers. Daar hoort deze kleine rover dan ook helemaal thuis. Een paar tellen later ontdekten we – vermoedelijk – zijn vrouwtje die met haar typische jachtvlucht een paar insecten uit de lucht plukte. Wat een zalige verschijning.
Nu de druk van de ketel was liep alles op rolletjes. Want iets verder zagen we nog twee mannetjes. Eentje op een hoge kale tak en de andere in de top van een struik. Netjes, zoals het hoort, bij grauwe klauwieren.


Afstellen van je verrekijker

spying-eyes-strange-weird-surveillance-privacy-royalty-free-thumbnail

Heel wat vogelkijkers gebruiken hun verrekijker zonder dat die goed is afgesteld. De Belgische gewoonte om de handleiding niet te lezen als je iets nieuws in huis haalt slaat hier ook toe. Ik kwam hierover een leuk artikel tegen in een oud nummer van BirdWatching. Volgens mij de moeite om toch even alle puntjes op een rijtje te zetten.

1. Zet je oogschelpen juist:

Aan de zijde waar je binnen kijkt zitten twee oogschelpen die je door te draaien kan uittrekken of induwen. Meestal zet iedereen deze op de verste stand. Opletten, want de laatste klik is meestal eentje om ze er af te halen. Ik ben zo al een paar oogschelpen kwijt geraakt.
oogschelp_450x322Je moet ze uitdraaien tot je een breed gezichtsveld krijgt zonder dat je zwarte vlekken of vegen ziet aan de rand van je beeld (vignetting). Hoe ver dat is, is voor iedereen anders.
Draag je een bril, dan draai je de oogschelpen volledig tegen de verrekijker aan.

2. Plooien maar

Je kan door het roterende middenstuk je verrekijker plooien. Hoe ver? Tot je maar één beeld ziet. Als de lenzen niet recht op je oog komen heb je het effect van de oude viewmaster (wie kent die nog?). Een dubbel beeld.

3. Twee ogen

Belangrijkste afstelling. Iedereen heeft twee ogen en die zijn vaak verschillend wat betreft sterkte. Daarom zit op elke verrekijker een afstelring. Meestal net onder de rechter oogschelp. Maar soms ook in het midden. Bij mijn Leica moet ik die dan nog eens uittrekken om de boel te regelen (daarom dus die handleiding).

244-oog-afstellen2
Hoe stel je je verrekijker nu af op jouw ogen? Bedek je rechteroog en kijk door je verrekijker naar een voorwerp op 10-15m afstand. Als je – net als ik – moeite hebt om je ogen apart te sluiten, hou je gewoon een hand voor de voorkant van je verrekijker.
Ik kies als onderwerp om naar te kijken, altijd een bord met tekst omdat je daar de scherpte goed op kan beoordelen.
Zet je focus zo scherp mogelijk. Nu wisselen van oog.
Kijk enkel met je rechteroog. Maar pas nu de scherpte aan (als het nodig is) met de afstelring. Als het beeld haarscherp is klopt je afstelling. Laat deze zo staan. Hoewel? Ik doe deze oefening elk jaar even opnieuw. Je ogen veranderen steeds (lees: gaan achteruit).

Diopter-Adjustment-of-Vortex-Razor-HD

4. Klopt alles?

Laatste test. Kijk zonder je kijker naar een voorwerp. Breng je verrekijker, zonder het voorwerp uit het oog te verliezen voor je ogen. Het voorwerp zou ook door de verrekijker precies in het midden van het beeld moeten staan.

Voila, nu ben je klaar om met een goed afgestelde verrekijker die leuke vogels te gaan spotten. Veel plezier!

Bron: BirdWatching

 

Behaaglijke tip

_MG_8113

Staartmees

Momenteel maken we een periode mee van stevige mezentrek. Want, jawel, ook mezen zijn trekvogels. Zo verplaatsen noordelijke populaties zich naar warmere oorden en passeren of blijven ze plakken in ons landje. Onze mezen schuiven vaak op naar Frankrijk of zelfs verder. En sommige kiezen dan weer om lekker in eigen land te blijven.

Meevliegers

Ze vormen groepen die niet zoals andere ‘echte’ trekvogels elke dag of nacht lange afstanden afleggen. Maar door gebruik te maken van corridors in het landschap langzaam maar zeker naar hun bestemming hoppen. Als het ware van tak tot tak. En vaak zitten er in die groepen verschillende soorten mezen. Koolmees, pimpelmees, staartmees. Maar ook minder algemene soorten zoals matkop en glanskop sluiten soms bij deze groepjes aan. Ook goudhaantjes en vuurgoudhaantjes stappen mee in de ‘mezen-bus’. En met wat geluk zitten er ook zangertjes tussen. Tjiftjaf zal je het vaakst ontdekken. Maar wat gedacht van zeldzame dwaalgasten als bladkoning of pallas’ boszanger. Je kan echt alles verwachten.

Gaatje

Maar dan moet je wel gaan zoeken natuurlijk. Een goede methode is om een plekje te zoeken met dichte hagen of smalle bosjes. Hier bij ons staan die, gelukkig nog, met kilometers. Hoe ga je daar zo een groepje ‘klein spul’ in terug vinden? Alvast niet door als een kip zonder kop langs al die hagen te lopen.

Zoek je een plekje uit waar er in dat bosje of die haag een minder dichte of zelfs kale of dode struik of boom staat. Zorg dat je op een afstand die plek goed kan overzien. Liefst met de zon in je rug. En dan is het wait and see. Hou jouw gekozen plekje goed in het oog en met wat geluk komt er heel wat voorbij gehipt. Spits je oren ook, want je hoort ze al van op afstand aankomen. Mezen zijn nu eenmaal gezellige beestjes. Als ze bij jouw open stukje haag aankomen is het opletten geblazen. Dan heb je de kans om ze mooi open te kunnen bekijken. Echt het proberen waard. Veel succes.

bladkoning1005-4

Misschien zie je deze wel, bladkoning

Roepjes

Na bijna een jaar inactiviteit begin ik terug met schrijven voor mijn blog ‘Iedereen birdaholic’. Want blijkbaar blijven mensen mijn blog bezoeken, zelfs zonder dat er info bijkomt. Voila, hier gaan we.

Trektellen

graspieper0001

Momenteel worden in België heel wat vogels geteld. En dit op de trektelposten. Want van juli tot een stuk in november passeren er een massa vogels ons landje op weg naar hun overwinteringsgebieden. Het tellen van deze vogels op een vast punt is niet alleen een heel nuttige bezigheid. Maar vooral dikke fun. Zelf ga ik regelmatig langs op een telpost bij ons in de buurt, Oetersloven. En er is altijd wel wat te beleven. Je kan trouwens alle tellingen bekijken op de website trektellen.nl. Moest je zelf eens zin hebben om dit live mee te maken. Klik dan het kaartje aan met alle telposten en ik ben er zeker van dat er wel ergens een telpost in jouw buurt is. En meestal vind je bij de details van die telpost ook contactgegevens. Zo kan je navragen wanneer er volk aanwezig is.

Oefenen

En als je voor het eerst op zo een telpost komt zal het je verbazen hoeveel vogels die gasten ontdekken. En vooral, hoe herkennen ze die zo snel? Een vraag die ik al tientallen keren hoorde van sporadische bezoekers of niet-vogelkijkers.

Wel dat is een kwestie van veel oefenen en kijken. Bij het herkennen van vogels die snel voorbij vliegen letten de tellers op een aantal zaken:

1. roepjes: de meeste vogels houden tijdens hun trek contact met andere soortgenoten. en dit doen ze door regelmatig te roepen. Het gaat hier niet over de zang of een alarmroep. Maar een contactroep. Op sommige telposten wordt trouwens constant het geluid opgenomen zodat niet herkende roepjes nog eens kunnen herbeluisterd worden. Op die manier kunnen ze sommige moeilijkere of zeldzamere soorten toch nog aan hun lijst toevoegen. Bij de natuurstudiegroep Dijleland hebben ze zelfs een heel stuk van hun website aan die roepjes gewijd. Daar moet je echt eens gaan kijken. De moeite.

2. Vlucht: Hoe ze vliegen is ook een manier om vogels te herkennen. Denk maar aan de V-vorm waarin ganzen of kraanvogels vliegen. Sommige soorten vliegen in losse groepjes, andere dan weer dicht bij elkaar. Maar ook individuele vogels kan je zo herkennen. Een golvende vlucht, een rechtlijnige vlucht, het ‘roeien’ van de roeken, kneutjes lijken in hun vlucht wel aan elastiekjes te bengelen en ga zo maar door.

3. Jizz: en als het licht goed is kan je vaak de vogels ook mooi bekijken. En dan is het de kunst om met een oogopslag een soort te herkennen door snel de kenmerken die je ziet door je hersenen te laten lopen. Het beeld dat je daarvoor in je geheugen hebt zitten noemen we de jizz. Daar had ik het trouwens eerder al eens over op deze blog. Ga er maar eens kijken.

Niet simpel

En de combinatie van al deze dingen zorgt er voor dat ervaren trektellers die overvliegende stipjes perfect op naam kunnen brengen. En dan heb ik het nog niet gehad over hun techniek om vogels te tellen. Maar daar heb ik het een andere keer over.

Als beginnende vogelaar is dit soms wel heel bangelijk. ‘Dat leer ik nooit’ is de eerste reactie. Wel, dat klopt dus niet, want die trektellers die je bezig zag zijn ook ooit begonnen van nul. Het is zeker niet de makkelijkste discipline van het vogels kijken. Maar als je regelmatig naar een telpost gaat  zal je ontdekken dat je toch vrij snel een aantal soorten gaat herkennen. En het verdomd leuk gaat vinden.

En nog een laatste tip. Dit boek vind ik echt een aanrader voor mensen die willen beginnen met trektellen. Duidelijke en beknopte uitleg hoe je een soort kan herkennen. Handig voor als het pijpenstelen regent en je toch wil oefenen met die trekvogeltjes.

Je kan misschien al starten met de vogel op de foto bovenaan in deze post te determineren 😉

1001004001996424

Winterse kiek.

Momenteel kan je in onze akkergebieden (zuidelijk deel van Belgisch Limburg) regelmatig kiekendieven tegen komen. Maar welke zijn dat dan ?

Bruine.

De meest voorkomende kiekendief in onze regio is tijdens het broedseizoen de bruine. Geen heel algemene broedvogel in akkergebieden. Ze broedden vaker in grote rietgebieden, maar de “graan-broeders” worden stilaan talrijker. Tijdens de winter kan je ze ook nog tegenkomen maar de meeste trekken weg naar Afrika.

De blijvers kan je herkennen aan hun jachtvlucht. Ze vliegen dan laag boven de grond met hun vleugels in een ondiepe V vaak stoppend en wentelend. Het is onze grootste kiekendief, net iets groter dan de buizerd maar niet zo plomp, fijner van bouw. Met duidelijk langere vleugels en een langere staart. De adulte mannetjes hebben duidelijk zwarte vleugelpunten een effen ongetekende blauwgrijze staart en een grijs vlak op de bovenvleugel tussen de bruine armpendekveren en de zwarte vleugeltop. Hierdoor krijg je een driekleurig (soms zelfs vierkleurig) patroon. De kop is licht geelwit gekleurd en de rug en de buik kanstanjebruin. De adulte vrouwtjes zijn donkerder bruin met een goudgele kruin, keel en vleugelboeg. De 1ste jaars vogels zijn volledig zwartbruin met een goudgele kruin en keel. Soms ook een goudgele vleugelboeg.

34197780435_befeddcb95_b

Adulte man bruine kiekendief.

Marsh_harrier_(Circus_aeruginosus)_female

Adult vrouwtje bruine kiekendief in typische vlucht.

Circus_aeruginosus_juvenile_Torrile

1ste jaars bruine kiekendief

Blauwe.

De meeste kiekendieven die je in de winter hier ziet zijn blauwe. Deze prachtige vogels zijn duidelijker te herkennen. Zeker de mannetjes. Deze zijn mooi grijsblauw met duidelijk zwarte vleugeltoppen. Als je ze dichtbij genoeg kan bekijken valt het felle gele oog ook op. De bovenstaartdekveren zijn wit. Dit is ook het kenmerk van de vrouwtjes. Maar dit is ook zo bij de grauwe en steppekiekendief. Maar die kom je hier in de winter nooit tegen. In de trek daarentegen. De vrouwtjes dan uit elkaar kennen is niet zo makkelijk. Maar dat is stof voor een andere keer.

Eén van de kenmerken om blauwe en grauwe uit elkaar te houden is de bredere vleugel en de stompere vleugeltop omdat de 5de handpen (ook wel de P5 genoemd) langer is dan bij de grauwe. Verder hebben de vrouwtjes een bruine bovenzijde en de al genoemde witte bovenstaartdekveren. Op de armvleugel hebben ze een variabele geelbruine baan. De onderzijde is beigewit met bruine streping. De 1ste jaars vogels tenslotte lijken heel veel op de adulte vrouwtjes. Maar ze hebben een meer rossig geelbruine onderzijde en de streping zit vooral op de borst. En de baan op de bovenvleugel is ook roodbruin in plaats van geelbruin.

hen-harrier-male-mp

Adulte man blauwe kiekendief.

15714647009_a41a3521c1_b

Adult vrouwtje blauwe kiekendief.

Kijken naar elzen.

Ik ben niet overgestapt naar de bomenwerkgroep. Maar op dit moment heb ik wel wat meer interesse in de elzen die bij mij in de buurt staan. Ik speur bij elke wandeling doelbewust alle toppen af van deze bomen. Op zoek naar …sijzen.

Met of zonder barm ?

Momenteel kan je nu groepen sijzen tegenkomen. Meestal ontdek ik ze pas als ze hun kenmerkende “tielu” roep laten horen. En dan is het de kunst om deze fragiele acrobaatjes te ontdekken vaak hangend aan de zaaddozen op zoek naar eten. De mannetjes vallen meestal dadelijk op door hun opvallende gele vleugelstrepen en gele borst en zijkop in contrast met hun zwarte kruin. De vrouwtjes zijn iets onopvallender maar ook hier zijn de gele vleugelstrepen het beste kenmerk. Juveniele vogels hebben eerder groengele vleugelstrepen en missen het geel op de borst en zijkop. Hun streping op de borst en flanken is feller en loopt tot op de kin.

bird-1160460_960_720

Sijs, adulte man.

nature-1252798_960_720

Sijs, adult vrouwtje.

siskin-981102_960_720

Sijs, juveniel.

Maar het is opletten geblazen. Want ook kunnen er barmsijzen tussen zitten of zit je gewoon naar een groepje “barmpjes” te kijken inplaats van naar sijzen. De weggever is het rode voorhoofd dat vooral bij de mannetjes mooi te zien is. En het volledig ontbreken van geel of groene tinten. Adulte mannetjes hebben ook een mooie rode borst in het voorjaar. In de winter zie je er soms wat sporen van maar die kleur komt pas na sleet op de borstveren naar boven. Barmsijzen zijn warm bruin van tint. En de vleugelstreep is wit tot lichtbruin/bruingeel. Bij de kleine barmsijs is deze bruinkleurig en bij de grote volledig wit met geen enkel spoor van bruin. En zit er een echt bleek exemplaar tussen. Dan is het opletten geblazen. Want soms komt er hier ook een witstuitbarmsijs terecht. Deze vallen dus op door hun veel bleker uiterlijk, altijd wit op de stuit en het ontbreken of zeer zwakke flankstrepen. Die zijn trouwens de max.

37991587855_0c4669131f_b

Kleine barmsijs (Carduelis cabaret)

Carduelis_flammea_9finnor_JH

Grote barmsijs (Carduelis flammea)

1200px-Arctic_Redpoll_(Acanthis_hornemanni)_(13667519855)

Witstuitbarmsijs (Carduelis hornemanni)

 

Kleine of bontbek ?

Gisteren kreeg ik van een collega vogelkijker een foto van een groepje plevieren met de melding dat “ze wel heel actief waren”. Het bleken bontbekplevieren te gaan en niet de plaatselijke kleine plevieren die er al maanden rondtrippelen. Een begrijpelijke vergissing.

Hoe hou je deze “tweeling” uit elkaar ? In zomerkleed valt het nog wel mee. De kleine heeft in elk kleed een gele oogring. En in adult kleed bleke pootjes. En tussen de zwarte koptekening en de buine kruin is er altijd wit. En in vlucht is er op de bovenvleugel enkel een smalle vleugelstreep te zien.

De bontbekplevier heeft een veel bredere vleugelstreep in de vlucht. En natuurlijk een bonte snavel. Deze is fel oranje met een zwarte tip. En de pootjes zijn feller oranje dan bij de kleine.

In winterkleed wordt het een ander paar mouwen. Maar de oogring is er nog bij de kleine. En de pootkleur helpt ook. Die blijft gelukkig bewaard ook in winterkleed. En als je ze goed kan bekijken dan zie je dat een de koptekening op de wang bij een kleine uitloopt op een puntje en bij de bontbek afgerond is.

In juveniel kleed wordt het nog wat plezanter. Dan lijken ze wel heel sterk op elkaar. De pootkleur laat ons dan in de steek. De oogring is er wel bij de kleine, maar dan heel wat minder duidelijk te zien. En het beste kenmerk is de wenkbrauwstreep. Bij kleine is deze geelbruin en bij de bontbek wit.

En de kleine is natuurlijk iets kleiner dan de bontbek. Maar dan heb je ze wel allebei nodig.

Charadrius_dubius_curonicus_s2

Kleine plevier in zomerkleed.

Charadrius_hiaticula_He1

Bontbekplevier in zomerkleed.

 

NATUURVERSLAVING

De wonderen der natuur op het netvlies van Willem Bosma

Dippyman

A blog about well-being and wildlife, by Paul Brook

Steven Kijkt Vogels

Een (foto)blog over vogels in Nederland

SLAGPEN

Vogels kijken doe je met je oren.

Evolutionary Stories

Funny and remarkable observations in evolutionary research

Verwonderhoekje

Een blog vol verwondering