Featured

De weg naar een fascinerende hobby.

Ik geef het toe. Ik ben verslaafd aan vogels. En daar ben ik heel blij mee. Want vogels kijken is voor mij een uit de hand gelopen hobby die mij uren en uren kan bezig houden.

Wat ooit begon met een vogelgids die ik kreeg van mijn ouders is uitgegroeid tot een boeiende, fascinerende en vooral super-plezante bezigheid. Bijna al mijn vrije tijd spendeer ik met het zoeken, kijken, determineren, noteren, oplijsten, onderzoeken,… van vogels.

En mijn doel is om zoveel mogelijk mensen te laten kennismaken met die hobby. Zodat ze ook de fun leren kennen van alle aspecten van birdwatching. En er zijn opties in overvloed. Honderden kilometers rijden om die speciale dwaalgast te gaan bekijken (die dan soms al vertrokken is naar andere oorden), uren in een ongemakkelijk houding in een te klein schuiltentje zitten om die ene soort op foto te zetten, akelig vroeg uit je bed kruipen om de zang te horen van de eerste soorten die van hun verre overwinteringsgebieden terugkeren, ’s nachts omringd door duizenden steekbeestjes een glimp opvangen van een nachtactieve jager. Dat moet toch bij iedereen als muziek (of in dit geval vogelzang) in de oren klinken.

Ga je mee de uitdaging aan ? Durf je de sprong wagen ? Dan zal ik jullie overladen met informatie, tips, leuke weetjes en alles wat nodig is om de eerste stappen te zetten. Stappen die je bij elk bericht dat je leest dichter brengen bij je transformatie naar wat ik al jaren ben. Een echte birdaholic.

Join the ride…

Advertenties

Gorzen.

Gorzen zijn een leuke groep vogels die je op dit moment zeker kan tegenkomen. Zo zijn geelgors en grauwe gors standvogels en trekken rietgorzen nu door en zijn er die hier overwinteren.

Grauwe gors.

Ik begin met de meest zeldzame van de drie, de grauwe gors. Deze soort doet het heel slecht en wordt stilaan een heel zeldzame soort zowel als broedvogel als overwinteraar. De Belgische populatie wordt momenteel geschat op minder dan 300 broedparen.

Je kan de grauwe gors herkennen aan zijn fors formaat. Zijn verenpak is heel sober, daarom noemen ze hem dan ook denkelijk de grauwe gors. In vlucht vlat hij vaak op door hangende pootjes. En zijn zang is heel kenmerkend, het lijkt op een rinkelende sleutelbos.

Geelgors.

Gulspurv

Dan heb je de geelgors. Deze soort doet het beter en is de laatste jaren zelfs wat toegenomen. Hier heb je een veel opvallender verenkleed. De mannetjes zijn op de buik, borst en kop knalgeel. Ook in de winter kan je dat geel goed zien. Voor de rest een mengeling van bruin en geel op de vleugels en een warmbruine stuit. Op dit moment kan je ze meestal in groepjes tegenkomen naar voedsel zoekend op akkers. De vrouwtjes zijn minder geel, maar in hun verenkleed kom je toch altijd gele tinten tegen.

Rietgors.

352px-Reed_Bunting_male_and_female

Een derde soort die je vaker tegenkomt is de rietgors. Zoals zijn naam al laat vermoeden een bewoner van rietvelden. Maar tijdens de winter kan je ze, ook hier vaak in groepjes, overal tegenkomen. De mannetjes zijn te herkennen aan hun zwart witte koptekening. Deze is in de winter wel veel minder uitgesproken. De zwarte bevedering zit dan vaak wat verborgen onder de nog niet gesleten nieuwe veren van de rui. Maar naargelang het broedseizoen nadert komt door sleet die zwarte kop en keeltekening te voorschijn. Om in het broedseizoen klaar te zijn om, terecht, mee te pronken. De vrouwtjes zijn minder spectaculair getekend. Maar je kan ze toch herkennen aan de typische rugtekening, de donkere keel en de opvallende bleke wenkbrauw- en baardstreep.

Nog een rijtje.

Er zijn nog een aantal leuke soorten die je hier kan tegenkomen. Niet als broedvogel, maar vaak als dwaalgast of doortrekker.

We denken dan aan witkopgors (eind 2016 prachtig exemplaar in Widooie), ortolaan (meerdere doortrekkers elk jaar), dwerggors (zeldzame dwaalgast), ijsgors (elk jaar enkele op doortrek) en sneeuwgors (vaak aan de kust overwinterende groepjes).

1024px-Snow_Buntings_(Plectrophenax_nivalis),_Kwade_Hoek,_Netherlands

We reigeren ze aan elkaar.

Een reiger langs een sloot of zelfs midden in de stad is al lang geen ongewoon beeld meer. Deze soorten hebben zich goed aangepast aan ons mensen. Meestal gaat het hier om blauwe reigers. Maar ondertussen is de grote zilverreiger ook al een ingeburgerde gast in ons land. Het is de kleine zilverreiger die de zeldzame gast is geworden. En dan zeker in het binnenland. Maar hoe houden we ze uit elkaar ?

Blauwe.

Blauwe_Reiger

De meest voorkomende reiger in ons land en zelfs in heel Europa. Een indrukwekkende verschijning. In de vlucht opvallend postuur met zware vleugelslag, donkere en sterk naar beneden gebogen vleugels. Ingetrokken hals en naar achter gestrekte poten. Kleur blauwgrijs met blekere borst en hals. Bij adulte vogels een opvallende donkere wenkbrauwstreep die doorloopt in een kuif. Juveniele vogels missen deze kuif en hebben een niet zo zwarte wenkbrauwstreep en een valere borst en hals.

Grote zili.

grote zilver 21-01-2009

Met deze koosnaam benoemen vogelkijkers de grote zilverreiger. Volledig wit verenkleed valt dadelijk op. In de vlucht ook te herkennen door zijn majestueuze postuur. Snavel in winterkleed geel (in zomerkleed zwart) en poten donker (in zomerkleed geel).

Kleine.

16989430903_2943969975

Als er een grote is dan is er ook vaak een kleine. Zo ook bij de zilverreigers. De kleine zilverreiger kan je van de grote onderscheiden door de afmetingen. Maar als hij alleen zit is de snavelkleur het beste kenmerk. Altijd zwart met in de winter een blauwgrijze teugel (deel tussen oog en snavelbasis). In zomerkleed is dit geel. Vaak nog de mooie sierveren te zien van het broedkleed op de rug. Poten zwart met gele “voeten”.

Roofvogels in de vlucht.

Oktober is de maand bij uitstek om roofvogels te spotten. Heel wat soorten doorkruisen ons luchtruim op weg naar het zuiden. Want ook roofvogels trekken in de winter naar andere oorden. Zo duiken er in ons landje heel wat buizerds op van uit het koudere noorden. Ze herkennen als ze voorbij zweven is een hele uitdaging.

Grootte.

Het inschatten van de grootte van een vliegende vogel is niet makkelijk. Zeker niet als je geen vergelijking kan maken met andere vogels. Daarom dat er heel vaak mensen zijn die mij komen vertellen dat ze een arend hebben gezien. Na hun beschrijving van de vogel die ze waarnamen of in de gevallen dat er een foto werd gemaakt moet ik meestal vertellen dat ze een buizerd hebben gezien. Waarna ik meestal de reactie krijg “neen, die was veel groter dan een buizerd”. Terwijl het 100% zeker een buizerd was. Inschatten van grootte is niet simpel en zeker als je door een verrekijker of telescoop kijkt. Dus daar moet je dan ook mee opletten.

Een goed begin is om de roofvogel die je ziet proberen te plaatsen in de juiste familie. Dat kan door op bepaalde kenmerken te letten.

Valken.

In hun vliegbeeld vallen deze op door hun smallere vorm, meestal toegevouwen staart in vlucht en spitse en geknikte vleugels. Vertegenwoordiger zijn torenvalk, boomvalk, smelleken en slechtvalk.

Falco_peregrinus_-Morro_Rock,_Morro_Bay,_California,_USA_-flying-8

Slechtvalk

Kiekendieven.

Deze herken je meestal door hun gedrag. Ze hebben een typische manier van jagen. Laag boven de grond zoeken ze de beplanting af naar prooien. Dit met een “hobbelige” vlucht. Hoog in de lucht vallen ze op door hun smal lichaam (bruine iets breder), lange vleugels met vingers. Dit zijn de handpennen die los van elkaar kunnen onderscheiden worden.Vertegenwoordigers zijn bruine, blauwe, grauwe en als kers op de taart steppenkiekendief.

Blauwe_Kiekendief

Vrouwtje blauwe kiekendief.

Wouw.

Een zeer goed kenmerk is bij deze soorten de gevorkte staart in de vlucht. Bij rode heel duidelijk, maar bij zwarte iets minder opvallend. En daarmee heb je ook de twee vertegenwoordigers, de rode en de zwarte wouw.

1280px-Milvus_milvus_Jura

Rode wouw.

Snelle jagers.

Dan heb je de sperwers en de havikken. Soms moeilijk uit elkaar te houden. Het mannetje havik en het vrouwtje sperwer zijn dan ook nog eens ongeveer even groot. In de vlucht brede vleugels met stompe uiteindes. Het zijn heel snelle jagers die hun prooien tot tussen de begroeiing achtervolgen. Sperwer komt ook in je tuin jagen.

Accipiter_nisus_-in_flight-8-4c

Vrouwtje sperwer.

Buizerds.

De meest voorkomende soort in ons land. Zeker tijdens de trekperiode. Dus heel vaak gaat een roofvogel die je ziet vliegen of thermieken (omhoog cirkelen op warme lucht) een buizerd zijn. Hier zijn de brede vleugel, wat plompe vorm en brede staart een kenmerk (foto buizerd bovenaan post). Hoewel niet echt een vertegenwoordiger van die groep, want het is een andere familie, is de wespendief die erg op een buizerd lijkt in de vlucht. Verschil is de iets langere vleugels en de smalle spitse “duivenkop”.

Wespenbussard_Pernis_apivorus_by_A._Görtler_Edit

Wespendief

Grootste.

En dan heb je de groep van de arenden. Dit zijn roofvogels met grote spanwijdte (de afstand tussen de toppen van de opengesperde vleugels). Maar zoals al gezegd is dit vaak niet goed in te schatten. Maar als je ze ziet vliegen er vaak andere vogels in hun buurt zoals kraaien of buizerds om ze proberen te verjagen. Dan vallen ze dadelijk op door hun immense afmetingen. Zeearend noemen ze bijvoorbeeld de vliegende deur omdat hun tot 2m50 spanwijdte heeft. Arenden kan je herkennen aan hun forse bouw, brede staart en de vingers aan hun vleugels. De meest voorkomende soorten in ons landje zijn visarend en zeearend. Maar meest voorkomend is niet de juiste woordkeuze. Want deze familie blijft een zeldzame verschijning. En andere soorten zoals slangenarend, dwergarend en onlangs keizerarend in Nederland zetten een telpost gegarandeerd op stelten. Maar dat is dan weer een andere vogelfamilie.

Haliaeetus_albicilla_-Littleisland,_Norway_-juvenile-8a_(6)

Juveniele zeearend.

 

Paap of tapuit ?

Tapuit mannetje in zomerkleed

Momenteel zijn heel veel vogels op trek. En daar zitten nu regelmatig tapuiten en paapjes tussen. Hier zie ik er heel wat op de geoogste akkers. Het zijn beestjes die graag meewerken want ze hebben de gewoonte om op hogere plekjes te gaan zitten. Paaltjes, omhoogstekende planten in akkers of gewoon hoopjes aarde. Daardoor vallen ze goed op. Maar wie is nu wie ?

Tapuiten.

We hebben het hier voor alle duidelijkheid over de gewone tapuit. Want als je je vogelgids erbij haalt zal je merken dat er een hele trits tapuiten in staan. Dus als je een tapuit ziet zeker nog eens extra goed bekijken. Misschien is het wel een zeldzame soort. In winterkleed lijken al die soorten trouwens redelijk fel op elkaar.

Oenanthe_oenanthe_no

Vrouwtje tapuit

Een opvallend kenmerk van tapuit is de zwart en witte staartekening. Het is meestal door die tekening dat ik ze opmerk op akkers. Mannetjes hebben een brede zwarte oogstreep afgeboord met wit erboven en eronder. De borst bij de mannetjes is ook iets warmer van kleur dan bij de vrouwtjes. Deze herken je ook hun staarttekening. Maar die missen de zwarte oogstreep. In winterkleed verdwijnt dat zwarte masker. Maar toch kan je vaak toch nog sporen er van zien, vooral in de teugel die zwart blijft.

Paapje.

Vaak zie je in de buurt van tapuiten ook paapjes. Die zitten heel graag op hoge plekjes om de omgeving goed te bekijken. In alle kleden kan je ze herkennen aan de brede witte of beige wenkbrauwstreep. In broedkleed is het mannetje opvallend zwart-wit gekleurd met een fel oranje borst die naar de flanken loopt. Maar in de winter ruien ze naar een kleed dat gelijk is aan dat van de vrouwtjes. Enkel de witte vlek aan de basis van de handdekveren laat bij sommige exemplaren (vooral adulte vogels) zien dat het om mannetjes gaat. De bovenstaartveren en stuit zijn altijd bruin gevlekt wat ze ook onderscheid van de tapuit.

Saxicola_rubetra_1_(Martin_Mecnarowski)

Paapje, adulte man zomerkleed.

14470456263_4a6bf7997e_b

Paapje winterkleed.

Robotap.

En dan hebben we nog de roodborsttapuit, door heel wat vogelkijkers die niet graag schrijven afgekort naar robotap. In zomerkleed zijn de mannetjes onmiskenbaar. Maar in winterkleed wordt het al iets moeilijker. Hier geen witte of beige wenkbrauwstreep. zo kan je hem onderscheiden van de paapjes die die altijd hebben. En geen zwart-witte staarttekening. Dat is een kenmerk waarmee je hem van de tapuit kan onderscheiden. Maar dit gaat niet gebeuren want de vorm van een roodborsttapuit is heel anders dan die van een tapuit. Veel gedrongener en ronder in tegenstelling tot de meer langgerekte vorm van een tapuit.

En zie je toch een robotap met een witte stuit (geen staarttekening voor alle duidelijkheid) dan is het opletten geblazen. Want mogelijk kijk je dan naar de zeldzame aziatische roodborsttapuit die af en toe opduikt in ons landje.

cbcc51888647a70f469367a0d4b6b25a

Roodborsttapuit man.

sax-tor-rub-02b

Roodborsttapuit, links man rechts vrouwtje.

 

De kleintjes.

Deze keer gaan we voor de miniatuur-vogeltjes. Je herkent denkelijk al dadelijk de winterkoning. Een heel klein bruin vogeltje met een vage lichte wenkbrauwstreep en een kenmerkend kort staartje dat hij vaak rechtopstaand draagt. Het geluid is een voor dit kleine dutske opmerkelijk luid gezang met een voor mij kenmerkende ratel erin. Van uitzicht en zang onmiskenbaar. Maar toch is dit niet het kleinste vogeltje in ons land.

Goud.

Die titel gaat naar het goudhaantje. Een soort die zich graag ophoudt in naaldbomen. En dat meestal verborgen in de toppen. Ze horen is makkelijker dan ze zien. Hun hoge roep en zang is voor sommige mensen met gehoorproblemen buiten bereik. Krijg je ze in beeld dan valt vooral de kruinstreep op. In rust verborgen, maar eenmaal nerveus (en dat zijn ze vaak) dan valt ze heel goed op. Bij de mannetjes geel met oranje. Bij de vrouwtjes enkel geel. Ze hebben een duidelijke vleugelstreep en witte toppen op de vleugeldekveren. Een op de bovenzijde groen verenkleed en de onderzijde bleker beigegroen. Ze hebben een “vriendelijke uitdrukking” op hun gezicht.

goudhaan0001

Vuur.

Dan heb je ook vuurgoudhaan. Ook een weliswaar zeldzamere broedvogel en overwinteraar in ons landje. Heeft dezelfde kenmerken als het goudhaantje maar alles is wat feller van kleur. De rugkleur is helderder groen. De kruinstreep is veel feller van kleur. Bij de vrouwtjes geel en bij de mannetjes knallend oranje (dus vurig). Ze hebben een brede witte wenkbrouwstreep en snorstreepje. Afgeboord met een zwarte oogstreep.

DSC04670

Nog een koning.

Op zoek gaan naar deze rakkertjes levert soms wel eens leuke “bijvangsten” op. Nu de winter nadert gaan deze kleine zenuwpeesjes zich verzamelen in groepen om dan door struiken en hagen in groep te foerageren. Dit in gezelschap van soorten als staartmezen, pimpel- en koolmezen. Zulke groepen goed afkijken is een aanrader.

Misschien kom je zo wel een bladkoning tegen. Deze noordse soort duikt de laatste jaren steeds vaker op. Hij lijkt op het goudhaantje maar mist de opvallende kruinstreep. Ze hebben ook twee duidelijke vleugelstrepen en gele toppen op de vleugeldekveren. De algemene kleur is ook meer mosgroen.

En eenmaal je in deze categorie bent aangekomen. Dan gaat er een hele wereld van mogelijke dwaalgasten voor je open. Een wereld van nerveuze en moeilijk te volgen vogeltjes met minieme verschillen in hun verenkleed. Niet makkelijk, maar wel super leuk.

bladkoning1005-4

Sylvia’s in de aanbieding.

Op dit moment vliegen er elke nacht duizenden vogels over ons hoofd. Want heel wat soorten zijn hun heroïsche tocht naar het warme zuiden al begonnen. Als ringer kan ik dit fenomeen van heel kortbij ervaren. Maar ook als vogelkijker kan je een stukje van deze superleuke taart meepikken.

Bessen.

Want na elke etappe tanken deze trekvogels bij in een wegrestaurant. Niet door aan te schuiven aan een selfservice. Maar door zich vol te proppen met voedsel dat ze in bosjes, hagen en zelfs uw tuin vinden. Plekken met veel bessen en beschutting zijn dan ook de locaties waar je momenteel wel een kijkje kan gaan nemen. Het is wel hard werken. Alle struiken afscannen en elke beweging die je ziet grondig checken. Want onze reizigers weten dat achter elk blaadje of struikje gevaar kan schuilen. Dus zijn ze heel voorzichtig en sluipen ze als het ware door de struiken. Spannend.

Basis.

En je kan echt alles tegenkomen. En daarom is het belangrijk dat je de “gewone” soorten goed leert kennen. Eenmaal die op je harde schijf staan gebrand dan weet je als er iets speciaals voorbij hipt. En wees gerust. Dan schiet de adrenaline naar ongekende hoogtes.

Dus hier een overzichtje van de basissoorten (en wees gerust, die vind ik zelf ook de moeite om te kunnen bekijken).

Zwartkop.

De meest voorkomende soort is de zwartkop. De naam zegt het eigenlijk helemaal. Een grijs-bruine vogel met een zwarte kruin. De vrouwtjes houden het bij een roodbruin kapsel. Juveniele vogels hebben dan weer een doffer bruine kruin. En de pubers die mannetjes blijken te zijn krijgen in het najaar stilaan een zwarte kruin. Dus vogels met tweekleurige kruin zijn zeker 1ste jaars vogels. Hun zang is prachtig. Ze worden dan ook soms bastaardnachtegalen genoemd.

1280px-Sylvia_atricapilla_no

Vrouwtje zwartkop (mannetje bovenaan) – Sylvia atricapilla.

Tuinfluiter.

De tweede vertegenwoordiger is de tuinfluiter. De simpelste wat betreft uitzicht. Een forse vogel met een eentonig grijs verenkleed. Geen toeters of bellen. Vrouwtjes en mannetjes zijn identiek. De 1ste jaars vogels zijn iets bruiniger van kleur. Zijn liedje is ook vrij bescheiden. Een zacht melodieus gezang. Het lijkt op dat van zwartkop maar bescheidener en zonder die forse uithalen.

Flickr_-_Rainbirder_-_Garden_Warbler_(Sylvia_borin)

Tuinfluiter – Sylvia borin.

Grasmus.

De hevigste van de bende is de grasmus. Het mannetje laat zich tijdens het broedseizoen goed opvallen door op toppen van struiken te gaan zingen of opvallende baltsvluchten te doen, al zingend. Een goed kenmerk. Een bruikbaar kenmerk zijn hier de roodbruine gerande vleugeldekveren en armpennen. Dit valt echt op in het veld. Ook de witte keel is een weggever. Maar de braamsluiper die dadelijk aan de beurt komt heeft dit ook. Mannetjes hebben een grijsblauwe kruin en wangen en een opvallend roodachtig oog. Ze hebben ook een roze schijn op de borst en flanken. Vrouwtjes missen deze roze schijn en de kop is ook minder intensief gekleurd. Jonge vogels zijn meer grijsbruin. Maar de roodbruine randen in de vleugel zijn wel al aanwezig.

Common_Whitethroat

Grasmus – Sylvia communis.

Braamsluiper.

De minst algemene van ons viertal is de braamsluiper. Zoals de naam zegt een geniepig kereltje dat je niet zo makkelijk te zien krijgt. Vaak geeft hij zijn aanwezigheid enkel prijs door zijn gezang. Hij start met een stil prevelend liedje gevolgd door een luide en snelle ratel. Hij lijkt op de grasmus. In het Engels noemen ze hem dan ook de lesser whitethroat (kleinere grasmus). En dat is hij ook. Een miniversie van de grasmus met de opvallende witte keel en op de vleugels ook een bruine omranding. Maar veel minder intensief en opvallend dan bij de grasmus. Typisch is hier de zwarte oogstreep en donkere oorstreek. Nog extra geaccentueerd met een (soms niet zo opvallende) witte wenkbrauwstreep. De poten geven ook een hint. Bij braamsluiper zwart, bij grasmus vleeskleurig. Bij jonge vogels of tijdens winter is de oogstreep minder opvallend, maar wel steeds aanwezig.

Lesser_Whitethroat_(Sylvia_curruca)_(4)

Braamsluiper – Sylvia curruca.

 

Duif op het menu.

woodpigeon-274834_960_720

Houtduif.

De houtduif is een van de meest voorkomende vogels in onze regio. Een geweldig aanpassingsvermogen, gebrek aan natuurlijke vijanden en een enorme voorplantingsdrang zijn de factoren die hiervoor hebben gezorgd. De kans dat je een dag er geen hebt gezien is dan ook erg klein. Want ondertussen hebben ze zowat alle biotopen die ik ken veroverd.

Een adulte houtduif herkennen is niet zo moeilijk. Het aantal soorten duiven in ons landje is dan ook beperkt (eigenlijk maar twee). Meest opvallend kenmerk zijn de witte halsvlek en tijdens de vlucht de witte vleugelstreep op de bovenvleugel. Juveniele exemplaren missen echter die halsvelk. Maar je kan ze herkennen aan hun stevig formaat. In het voorjaar valt hun opvallende baltsvlucht op (balts is specifiek gedrag van mannetjes om vrouwtjes te imponeren). Ze stijgen al klapwiekend op om dan met stijve vleugels af te glijden.

Op onze telpost worden wij elk jaar (we liggen gelukkig oostelijk genoeg) getrakteerd op immense groepen houtduiven. In wolken met vaak honderden vogels trekken ze vanuit de noordse landen naar Frankrijk. Een aantal vinden ons landje ook goed genoeg en blijven dan ook hier overwinteren. Onze broedvogels trekken ook meestal wat zuidelijker, maar heel wat blijven dankzij de zachtere winters ook gewoon hier. Er zijn zelfs paartjes die zelfs dan nog een nestje durven grootbrengen.

Holeduif.

En dan heb je de kleinere vertegenwoordiger bij de duiven. Onze holeduif is merkelijk kleiner en fijner gebouwd dan de plompe houtduif. De witte halsvlek en vleugelstreep ontbreekt. Wel valt vooral tijdens het broedseizoen is de groenblauwe halsvlek. Soms vliegen ze mee in een groep houtduiven en je haalt ze er zo uit. enerzijds door hun formaat, maar ook door de snellere vleugelslag. Ze zijn ook een pak minder talrijk dan hun neefjes de houtduiven. En ze broeden, zoals hun naam al deed vermoeden, in holen. Holtes in bomen en vaak ook nestkasten.

8632244714_b558103f85_b

Reisduif.

En dan heb je de verwilderde reisduiven. In de stad ben je ze zeker al tegengekomen. Maar daar is het een poespas van kleuren, afmetingen en vormen. Ze kweken door elkaar dat het een lieve lust is. Maar toch vliegen er ook beesten rond die je zou kunnen verwarren met vooral de holeduif. Want oorspronkelijke stammen al deze reisduiven af van hun wilde voorvader, de rotsduif. In zuidelijk Europa zou die nog als wilde vorm voorkomen. Hoewel er specialisten zijn die beweren dat er eigenlijk geen zuivere wilde rotsduiven meer zouden bestaan. Bij ons gaat het dus zeker over verwilderde duiven. Je kan ze onderscheiden van de holeduif door het zwaardere formaat (hoewel dit kan variëren) en de volledige twee zwarte banden op de vleugels. En (meestal) het rode oog dat bij een holeduif donker is.

pigeon-2333340_960_720